Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen? – Hoofdstuk 7 – Mijn Groningse tijd (4)

Bijgewerkt: okt 9

Gelukkig breekt er ook een andere periode aan. Als huisarts begin ik me steeds meer te profileren. Ben ambitieus. En stort mij met alle energie op mijn nieuwe toekomst. Ik doe bevallingen. Kom dan ook al in aanraking met euthanasieverzoeken en hoe daarmee om te gaan. Een oudere collega heeft me daar voortreffelijk in gecoacht. In die tijd is er al veel over de mogelijkheden tot euthanasie gesproken. Maar het gebeurt veelal nog onder de rozen. Al snel word ik bestuurslid van de stedelijke organisatie voor maatschappelijk werk. Het brengt mij ook in contact met een groep huisartsen die in een Balint – achtige groep zitten[i]. Deze periode is heel leerzaam voor mij geworden. Daar heb ik echt geleerd feedback te ontvangen en te reflecteren op je eigen handelen. Ik kom ook in aanraking met heroïneverslaafden. Dat probleem is dan net in opkomst. Samen met de GGD en andere zorgverleners kunnen we een methadonbus opstarten. Op deze wijze kon ik ook wat afstand nemen van de kerk. En kreeg ik ook meer zicht op bepaalde processen binnen de kerk. Mijn aandacht gaat dan vooral uit naar mensen die maatschappelijk in moeilijke posities terecht zijn gekomen. Maar ook ben ik geïnteresseerd waarom mensen de kerk verlaten en wat hun beweegredenen zijn. Ik stel vast dat bij kerkverlating betrokkenen ook totaal aan hun lot worden overgelaten. Terwijl zij vaak in aanvang alleen signalen hebben afgegeven dat zij met betrekking tot bepaalde vragen of problemen gehoord willen worden. Daar is weinig of geen ruimte voor, maar verantwoordelijke broeders – hoe goed willend ook - missen nogal eens de capaciteiten en/of de scholing. Of zij zijn zo geprogrammeerd dat zij niet weten hoe om te gaan met dergelijke problemen. Ik ben er van overtuigd dat zij allen goed willend zijn. En er zijn zeker natuurtalenten op het gebied om een goede dienst neer te zetten of mensen die op empathische wijze hulp en bijstand verlenen. Hier zie je dus kwetsbaarheid van een lekenkerk zichtbaar worden. Ik besef terdege dat in andere kerken en organisaties ondanks scholing, etc ook dergelijke dingen kunnen voorkomen, maar dan kun je ook gemakkelijker iemand ter verantwoording roepen. Het past dan in een beleidslijn. In een lekengemeente blijft het goedwillend amateurisme. Naast alle vervelende toestanden, ga ik ook hier ambitieus aan de slag. Ik schenk binnen de kerk zelf meer aandacht aan pastorale zorg. Ik krijg ook erkenning voor mijn werk binnen en buiten de kerk.

Op 6 juni 1976 krijgt ons land een nieuwe Apostel erbij in de persoon van Gijsbert Pos. Als Nederlanders zijn we best blij met deze inzetting door Stamapostl Ernst Streckeisen. Hij wint snel de harten van velen wegens zijn warme en spontane manier van optreden. Ook komt er weer meer humor terug. Hij is duidelijk de rechter hand van Herman Schumacher. In deze begin periode merken wij nog relatief weinig van zijn activiteiten buiten een jaarlijks bezoek aan een gemeente.


Ap. Gijsbert Pos en zijn echtgenote Henny

We gaan regelmatig met vakantie naar Zwitserland. Berner Oberland wordt in feite ons tweede thuis. Wij houden beiden van wandelen. Grindelwald wordt een uitvalsbasis voor prachtige bergwandelingen. Later verleggen we onze aandacht meer naar Brienz en de Axalp voor wintervakanties in de sneeuw.

Wintersport op de Axalp


Hier ontmoeten wij in de kerk twee families met wie bevriend raken. De ene drijft een grote drogisterij en kruiden apotheek en de ander is burgemeester van Brienz. Zij leven onder hele andere omstandigheden en zijn veel ruimdenkender dan wij gewend zijn. Deze vriendschap duurt tot op de dag van vandaag. Zij brengen ons in contact met Opziener Theo Hirschi uit Bern. Later hebben wij - Theo en o.g. - veel samengewerkt in een internationale “Projektgruppe Gegenwartsfragen.”[ii] Waarover later veel meer.

Ons leven binnen de kerk neemt dan toch een andere wending als ik gevraagd word om Voorganger te worden van een kleine nabuur gemeente Roden. Ik vermoed dat daar van boven af toch wat aan gedraaid is. Ook dat geeft vleugels. Met veel plezier heb ik daar gewerkt. Het onderkomen van de gemeente is wel heel bescheiden. Zij vergaderen in het houten gebouw van “PV De Snelle Thuiskomst”. Er zijn wel nadelen aan verbonden. Elke zaterdag komen daar de leden van de postduivenvereniging met hun geringde vogels bij elkaar. Een echte mannenclub. En zij vergaderen heel lang. Je kunt dus wel raden dat er elke zondagmorgen voor de dienst flink gepoetst moet worden en de ramen ook wagen wijd opengezet moeten worden om de lucht te zuiveren. In die paar jaar krijgen wij met de gemeente een wederzijdse warme band. De saamhorigheid en het gemeenschapsleven komt meer tot bloei. En er treedt van buitenaf een jonge familie treedt toe tot de gemeenschap.

Het is ook de tijd van uniformiteit. De Nederlandse kerkgemeenschap krijgt een nieuwe gemeentezangbundel. De vertaling van de Duitse bundel. Hiermee verdwijnen vele bekende Hollandse ‘ever greens’. Ook verschijnt er een facsimile in het Nederlands van de Duitse Lutherbijbel, vertaling uit 1884. Niet iedereen is daar gelukkig mee. Dat is een understatement. Vanuit het standpunt van een grote organisatie begrijp ik zulke ontwikkelingen wel en dat heb ik toen ook zo ondersteund. Mede door mijn latere ervaringen opgedaan in eigen land en elders ben ik deels toch teruggekomen van dit standpunt.

Je tast namelijk zowel de historie als eigenheid van een kerkelijke gemeente in een land of gebied aan.

Na hele lange tijd wordt onze grootste wens vervuld als onze dochter Marieke in 1979 wordt geboren. Hier zijn wij samen erg gelukkig met elkaar.

In oktober 1980 krijg ik op 2 oktober het ambt van Districts-Evangelist, een boven gemeentelijke opdracht. En word de rechterhand van de nieuwe Oudste Gerrit Mik. Ik reis veel meer door de provincie Groningen, Drenthe en het oostelijk deel van Overijssel. Ondanks het feit dat ik mijn vak als huisarts met heel veel plezier uitoefen kom ik qua tijd toch steeds meer in de problemen. Na veel wikken en wegen besluit ik toch mijn praktijk op te geven. Dat is een hele grote stap geweest. En zeker ook strijdig met eerdere opvattingen. Ik krijg bij Prof. G. Anders in het Antropogenetisch Instituut aan de Antonius Deusinglaan een assistentschap tot opleiding als genetic counselor. In een veel meer besloten kring toch mensen bijstaan in hele moeilijke beslissingen in hun leven. Wel of niet een zwangerschap afbreken bij een foetus met ernstig aangeboren afwijkingen. Je komt doorlopend in aanraking met heel veel leed. Dat doet ook wat met je als hulpverlener. Identificeer ik me met het leed van anderen?

Internationaal hebben zich inmiddels ook grote veranderingen voorgedaan. Stamapostel Walter Schmidt is in de rust gegaan wegens toenemende ernstige ouderdomsverschijnselen waardoor hij zijn taak niet meer kan waarnemen. Hij wordt opgevolgd door Ernst Streckeisen.




Foto’s Stap. Walter Schmidt(links) en Ernst Streckeisen met de scheidende Stap.

Een ware tussenpaus uit Zürich. Een echte verademing. De sfeer in de Internationale NAK verandert op slag. Toenemende hartelijkheid bij internationale bijeenkomsten. Aandacht voor chronisch zieken en gehandicapten. De loodzware geschiedenis van de decennia daarvoor wordt voor even afgeschud. Hij heeft slechts enkele jaren aan het roer gestaan. Op een reis in Zuid Afrika is hij getroffen door een hersenbloeding en overlijdt in Kaapstad.

Tot opluchting van velen wordt er uit de kring van de Districtsapostelen de onbekende Hans Urwyler uit Bern aangewezen.


Stap. Hans Urwyler

De angst is groot geweest dat voor Mike Kraus uit Waterloo (Canada) of Gottfried Rockenfelder uit Wiesbaden zou worden gekozen. Maar men kiest voor een jongere niet zo ervaren persoon. Hans Urwyler heeft zich direct ontpopt als een vernieuwer. Van meet af aan heeft hij zijn programma bekend gemaakt. Ik noem een paar voorbeelden. In een fundamentalistisch milieu heeft hij getracht de vrije wil van eenieder terug nieuw leven in te blazen. Bijvoorbeeld afschaffing van allerlei uiterlijkheden. Zoals wel of geen televisie in huis, wel of geen baarden, enzovoort. Het is ieders eigen persoonlijke verantwoordelijkheid hoe iemand met zijn geloof omgaat. Apostelen dienen zich bezig te houden met geestelijke zaken en het dagelijkse bestuur over te laten aan deskundigen. Hij zoekt toenadering tot andere kerkgenootschappen, zoals in Hongarije waar met andere “Freikirchen” afspraken worden gemaakt om meer samen te werken. De kerk meer in de openbaarheid te brengen zoals een Nieuw Apostolisch handvest te overhandigen aan staatshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders. Hij heeft zich zeer ingezet om de kerk uit haar isolement te halen. Veel van zijn initiatieven worden niet verwezenlijkt om dat de tijd daarvoor nog niet rijp is. Hij durft ook moeilijke beslissingen te nemen zoals de controversiële Gottfried Rockenfelder in de rust te plaatsen. Daarover later meer.

Ik loop inmiddels al vooruit op de zaken, want we zijn gebleven bij het feit dat ik mijn huisartspraktijk heb opgegeven, waardoor ik meer tijd heb vrijgemaakt voor de kerk en het gezin. Mijn ouders hebben deze stap wel met zorg gevolgd. De leiding van de kerk in Nederland heeft enthousiast gereageerd. Het past in het plaatje. Ik heb deze beslissing met mijn volle verstand genomen. Maar toch heeft ’t altijd geschuurd. In 1998 wordt duidelijk waarom…. [iii]


Met de kennis van nu zeg ik: de kerkelijke leiding van de NAK heeft in die vroegere periode in Nederland en in andere landen onvoldoende beseft wat het betekent om iemand zodanig te boetseren en verder in te kapselen in het kerkelijke systeem dat betrokkene uiteindelijk vrij gemakkelijk uit het natuurlijke maatschappelijke proces kan worden gehaald en kan worden ingezet voor “de goede zaak”. Deze overweging is nooit proactief en tevoren vanuit de kerkelijke leiding bij mij en mijn vrouw neergelegd. Waarom niet tevoren met een serieuze kandidaat spreken of hij wel in staat is om zijn baan voor werk in de kerk op te geven? Is deze gang van zaken moreel wel verdedigbaar? Of telt alleen het ideaal, in de navolging staan? Ik weet niet hoe de situatie nu is, maar ik durf de volgende stelling aan.

STELLING 2:

Het heeft de Nieuw-Apostolische Kerk jarenlang ontbroken aan transparant beleid met betrekking tot inzetting van broeders in bepaalde ambten. Wat de kaderfuncties betreft is de situatie in zijn algemeenheid nog schrijnender geweest. Zeker als het gaat om verhuizingen naar andere plaatsen en of mensen uit het maatschappelijke arbeidsproces halen ten bate van een kerkelijke functie.

Ik spreek de hoop uit dat de kerk hierin grote slagen voorwaarts heeft gemaakt.

[i] https://balintnederland.nl/index.php/balintgroepen/wat-is-een-balint-groep [ii] http://www.nak.org/de/news/news-display/article/13857/ [iii] Eind tachtiger jaren wordt het BIG register (https://nl.wikipedia.org/wiki/BIG-register) voor de medische stand ingevoerd. Hiervoor kunnen ook artsen zich laten inschrijven die medisch niet meer actief zijn en kunnen alleen dan ook later herintreden. Dat heb ik gedaan. Dat is in 1998 mijn redding geworden! Ook daar heeft iemand van boven aan gedraaid.


570 keer bekeken8 reacties

©2020 door Gerrit Sepers

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now