Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen? – Hoofdstuk 4 – Mijn Groningse tijd (1)

Bijgewerkt: aug 19

Update 28 juni 2020

Op de middelbare school is voor mij al duidelijk dat ik medicijnen wil gaan studeren. In de tweede helft van de zestiger jaren is er een grote toeloop van studenten op universiteiten die op deze studie inschrijven. Dus een vrije keuze van een universiteitsstad ligt niet voor de hand. Ik wil graag naar Groningen. En mijn keuze wordt gehonoreerd. Tijdens het eerste college maakt onze decaan al direct duidelijk dat van de 500 eerstejaars slechts 25% door kan naar het tweede jaar. Dus je buurman zie je dan niet meer terug. Zo’n toespraak werkt niet direct opbeurend maar je weet tenminste wat je te wachten te staat. Ik ben zelf echt gemotiveerd, heb geleerd zelfstandig te werken en van huis uit houd ik van duidelijke structuren. De studie verloopt prima. Maak al snel vrienden en we besluiten gezamenlijk te studeren. Dat werpt ook duidelijk zijn vruchten af. In de volgende jaren krijgen we allemaal assistenten baantjes. Daardoor wordt mijn financiële armslag ook wat groter. Ik ontvang een hele kleine beurs. Mijn ouders dragen ook hun steen bij aan de studiekosten.

Na een paar omzwervingen kom ik bij een echte hospita in huis, Mevrouw Jansen. Een echt dametje uit het Haagse. Tot aan mijn trouwen ben ik daar in huis geweest. Zij heeft me altijd erg verwend. Naast haar woont een Apostolische familie die zich ook erg om mij heeft bekommerd en waar ik kind aan huis ben.

Zoals eerder vermeld ga ik de diensten bezoeken in de kerk aan de Kruitgracht. Het is een echte HAZEA gemeente die een sfeer uitademt zoals ik in Brabant gewend ben. Net een beetje anders en wel vele malen groter. Op zondagmorgen zijn er gemiddeld tussen de 250 tot 300 bezoekers. Wat mij wel vanaf dag één de wenkbrauwen heeft doen fronzen is het feit dat broeders en zusters in gescheiden vakken plaatsnemen. Deze scheiding is op het balkon niet doorgevoerd. Het grote aantal dienende broeders is voor mij natuurlijk ook een openbaring. En voor mijn begrippen een heel groot koor. Al snel word ik daarin ingelijfd en zit jaren naast Joop Lindeman[i]. Gelukkig zijn de Groningers ook gewone mensen. Want in een van de eerste diensten die ik daar meemaak, roept een oudere broeder – met wie ik later veel meer te maken krijg – van achteruit de kerk tijdens een dienst: “Harder”. Dat geeft toch een beetje reuring….

HAZEA gemeente Kruitgracht, Groningen


In de gemeente zijn twee Herders. De ene is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de gemeente Kruitgracht. En de ander is ook woonachtig in Groningen maar ook Voorganger in een buitengemeente. Beiden met kenmerkende herderlijke kwaliteiten. Serieuze, bescheiden mensen zonder enige opleiding tot een geestelijk ambt maar wel bevlogen. Zoals in vele andere situaties hetzelfde is gebeurd zijn zij door trouw en navolging opgevallen en zo uiteindelijk in dit ambt terechtgekomen. Voor de eerstgenoemde is zijn ambt wel een last geweest. Hij is niet opgewassen tegen alle sores, alle maatschappelijke en psychologische problemen die een gemeente nu eenmaal met zich meebrengt. Hij heeft het wijze besluit genomen om voortijdig in de rust te gaan.

In die tijd is er in zijn algemeenheid nog geen sprake van dat tevoren rustig met een broeder of familie gesproken wordt over een voorstel tot benoeming in een “bediening”[ii]. Als de Apostel komt kan het zo maar gebeuren dat je letterlijk uit de bank wordt geplukt. En voor het front van de gemeente ‘ja’ mag zeggen tegen een bediening [iii].

Ik meld mij al snel voor de zogenaamde “getuigenarbeid”. Het klinkt allemaal zo ouderwets maar op de dinsdagavonden worden broedervergaderingen gehouden en wordt ‘’de arbeid” ingedeeld.

Ik word toegevoegd aan oude broeder. Zijn vader is een van de eerste dirigenten van de gemeente geweest. Hij is goed van tongriem gesneden. Ik haal hem altijd op met mijn fiets. Hij klimt achterop en steekt zijn voeten in mijn fietstassen. Als we niet bij ‘een adresje’[iv] terecht kunnen gaan we in die buurt nog langs de deuren om mensen uit te nodigen voor de dienst. Dat vind ik toch best lastig. Zeker als deze goedige broeder ook nog wel eens de onhebbelijkheid heeft om een voet tussen de deur te houden…. Ik laat merken dat ik zulks toch wel ongepast vind. Zijn weerwoord is: ‘Het is voor de goede zaak’.

Nog een ander saillant punt: tot deze gemeente behoort ook een diacones in ruste. Een zeldzaam maar belangrijk fenomeen. In vroeger dagen heeft zij de ‘zusterkring’ geleid. Over dit onderwerp “vrouw in ambt” in de NAK kom ik nog uitvoerig te spreken in een later blog.

Wat mij ook direct opvalt is dat er een hele actieve diaconale tak van arbeid in de gemeente bestaat. Een grote groep zusters bezoekt regelmatig zieken. Er is ook duidelijke aandacht voor armen in de gemeente. In die jaren worden jaarlijks een meerdaagse zondagsschoolreisje georganiseerd. De gemeenteleden dragen de kosten gezamenlijk. Ooms en tantes bereiden voor alle kinderen een groot feest.

Ook de dienende broeders gaan jaarlijks een dagje uit. Ze gaan voetballen, zwemmen, wandelen en tot slot samen een hapje eten. Ook daar dragen de sterken kosten. Traditioneel roept iedereen dan: “Geuken is jarig, Geuken is jarig”. Sinds jaar en dag trakteert dan deze diaken…

Nu kom ik weer bij me zelf terug: Ik weet dat de mens een sociaal dier is en kuddegedrag vertoont. Ik merk ook aan me zelf dat ik ergens bij wil horen. In zo’n grote jeugdgroep voel ik me snel als een vis in het water. Ik kom jonge mensen tegen die ook met geloofsvragen zitten zoals ik zelf. Ik maak ze bespreekbaar bij dienaren en jeugdleiders maar kom ook niet veel verder dan bij mijn eigen vader. Behalve dan bij Joop Lindeman. Deze huisschilder, boekbinder en kunstenaar, deze selfmade man.

De jeugdgroep geeft ook een bepaalde bescherming aan elkaar, biedt een vorm van saamhorigheid. In deze groep jeugd leer ik al snel mijn huidige vrouw kennen. Ook haar familie is een warm bad. Zo’n groep heeft me dus kracht en ook vleugels gegeven. Datzelfde geldt voor de gemeente als groep. Maar het maakt ook kwetsbaar. Want ik krijg in mijn jonge jaren al snel verantwoordelijkheden en wordt op mijn 22e jeugdleider. Terwijl ik eigenlijk nog gewoon jeugdlid wil zijn. Maar ja, je zegt geen nee tegen de Lieve God. Mijn zelfliefde wordt eigenlijk gekieteld. En dat is best riskant.

Die kwetsbaarheid tekent zich de komende jaren af als er toch in Apostolisch Nederland binnen de NAK veel gaat veranderen na de komst van Herman Schumacher[v]. De sfeer van de HAZEA verandert steeds meer in die van de NAK zoals die in Bremen gestalte werd gegeven. De Nederlandse tak wordt steeds meer gezien als een onderontwikkelde Apostolische gemeente. Zonder enige rekening te houden met cultuurverschillen werd een militaristisch regime opgetuigd.

De eerste uitvloeiselen worden al snel zichtbaar. Het is voorgekomen dat bij de aanwijzing van een nieuwe Voorganger niet altijd de juiste beslissing is genomen. Er hebben zich soms voor de dienst in de consistorie heftige discussies plaatsgevonden tussen de Districtsapostel Herman Schumacher, de Opziener en de Oudste, waar ook andere dienende broeders getuige van zijn geweest. Zij waarschuwen de DAp. ernstig en raden hem om zijn keuze te herzien. Maar Schumacher drijft dan vaker zijn zin door. Helaas zijn er in een aantal gevallen ernstige inschattingsfouten gemaakt. Gewoon wegens onvoldoende kennis van de betrokken persoon. Als eindverantwoordelijke moet je in enigermate kunnen inschatten of de nieuwe man in een gemeente goed met macht kan omgaan. Het is geen absolute waarborg. Maar mensenkennis, communicatieve en pastorale kwaliteiten zijn wel eerste vereisten op zo’n positie. Er zijn helaas voorbeelden bekend dat dergelijke aanwijzingen desastreuze gevolgen hebben gehad voor zo’n gemeente en gemeenteleden, waarbij ernstige psychische beschadigingen zijn opgetreden wegens machtsmisbruik die levenslange littekens hebben achtergelaten.

Goedwillend maken wij fouten, maar leren wij er ook uit?

Herman Schumacher stamt uit de school van JGB. Heeft in WO II in het Duitse leger gediend bij de marine in een onderzeeër. Heeft drie jaar in de VS in krijgsgevangenschap gezeten. Het militaristische ambten systeem is hem op het lijf geschreven zoals ook vele andere Apostelen in latere tijden.

Het cultuur verschil tussen beide landen is eigenlijk best groot. Daar moet je zeker rekening mee houden als eindverantwoordelijke. Onze cultuur bestaat uit polderen. Het is een overleg cultuur, proberen om samen tot de oplossing van een probleem te komen. Voor Herman Schumacher moet deze mentaliteit werkelijk een rampscenario zijn geweest. En de goede man is er ook zo maar voor geplaatst. Dat alles is mij veel later duidelijker geworden.

Al snel na het aantreden van Herman Schumacher ben ik in november 1969 in Groningen Vondellaan Onderdiaken geworden. Aldaar ben ik voor aanvang van de dienst in de consistorie gevraagd om dat ambt te aanvaarden. Nee zeggen is geen optie.


Nu zeg ik, vele jaren later, dat de keuze voor de groep van de NAK tevoren al door anderen is gemaakt. Je bent daar in opgegroeid. Nu vraag ik me vaker af, wat heeft mijn ouders ooit bewogen om Apostolisch te worden en te blijven? Wat betekenden hun adviezen om kritisch te blijven? Ik heb me toch in deze periode te veel laten meezuigen in die groep, in die gemeente, enzovoort….. Ondanks het feit dat het overgrote merendeel allemaal lieve mensen zijn en zijn geweest. Voor wie de woorden van Apostel Paulus uit 1. Korintiërs 13 leidend zijn geweest.


Door de komst van Herman Schumacher gaat ook de sfeer in de gemeenten in Nederland kantelen. Er staan mannen broeders op die gecharmeerd zijn van deze stijl van werken. En zij krijgen ook duidelijke kansen.

Grote veranderingen worden doorgevoerd. Ik heb net een donkerblauw kostuum gekocht. Alle dienende broeders moeten vanaf heden een zwart – wit kostuum dragen. Bij feestdiensten dragen de koorleden ook zwart-wit.[vi] Dienende broeders heten voortaan ambtsbroeders. Ook baarden en snorren zijn niet welkom bij ambtsbroeders. Televisies worden uit de huiskamers verbannen. De kerstbomen moeten uit de kerken verdwijnen. De motivatie is simpel: een kerstboom is een heidens gebruik. Brandende kaarsen in de kerk zijn taboe, Want de Apostelen des Heren zijn het Licht der wereld.

Het traditionele kerstfeest op 1e Kerstdag ‘s middags in de kerk met sketches, gedichten en allerlei vrolijke noten en waarbij de kinderen een klein cadeau ontvangen moet verdwijnen. Generaties kinderen zijn daar mee opgegroeid. Het moet teruggebracht worden tot een familiefeest in eigen kring. Daar kun je elkaar cadeaus geven en daarmee ook het ‘oer-Hollandse‘ sinterklaasfeest wat meer afbouwen. Het moet allemaal meer ingetogen worden. Het begrip “Vrolijk Kerstfeest“ wordt vervangen door “Gezegend Kerstfeest”. Ook het woord verhoging wordt afgeschaft. Voortaan heet deze plaats altaar. De huwelijkszegens worden voortaan alleen in een zondagmorgen dienst gegeven. Daar mag de bruid niet in het wit verschijnen. Zij nemen gewoon plaats achter in de gemeente en worden aan het einde van de dienst naar voren geroepen om de huwelijkszegen te ontvangen..

In grote delen van NAK Nederland geven deze veranderingen enorm veel rumoer. De gevolgen worden ook steeds meer zichtbaar. Duidelijke meer verticale opbouw in gemeenten. Districten worden echte bestuurlijke eenheden.

De gemoedelijkheid wordt ten grave gedragen.

Deze ontwikkelingen missen op mij hun uitwerking niet.

Dit blog wil ik graag toch positief afsluiten. Herman Schumacher heeft in bepaalde opzichten ook bijgedragen aan de ontwikkeling van de muziek in de Nieuw-Apostolische Kerk van Nederland. Hij heeft de oprichting van muziekensembles sterk gestimuleerd.

Hierdoor ben ik zelf ook aan de cello verslaafd geraakt.....


----- [i] Zie mijn eerste blog: “Ik ben mens geworden” [ii] Het woord ambt komt dan nog niet voor in het woordenboek van de HAZEA. Dat komt pas als DAp. Schumacher verschijnt. [iii] Er zijn ook andere voorbeelden. In een buitengemeente in de provincie Groningen is een Priester geweest die zo verknocht is aan zijn ambt dat hij bij zijn 65e niet in de rust wil. Daar spreekt hij verder niet over. Maar als de Apostel zijn bezoek aan deze gemeente heeft aangekondigd, blijft hij opzettelijk afwezig. Dit herhaalt zich een aantal malen. Na 5 jaar gaat hij dan toch uiteindelijk in de rust…. [iv] Zie verwijzing ii [v] Zie blog: Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen? – Hoofdstuk 3 – Meer dan twee werelden [vi] In een andere blog zal ik de diepere betekenis van verplichte “zwart – wit” kleding nader toelichten en uitleggen hoe desastreus deze verordening kan uitwerken op de psyché van een mens. Ook ga ik in wat de diepere reden achter deze maatregel is.

419 keer bekeken9 reacties

©2020 door Gerrit Sepers

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now