Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen? – Hoofdstuk 3 – Meer dan twee werelden

Bijgewerkt: aug 17

Update Maandag 17 augustus 2020

In de periode van 1960 tot 1970 gebeurt er heel veel in mijn leven. Eerst mijn leven binnen de kerk. Na het overlijden van JGB gaat het leven gewoon verder. Binnen de kerk wordt er weinig over deze gebeurtenis gesproken. In 1960 ben ik geconfirmeerd. De catechisatie, de voorbereiding van de confirmatie, is verzorgd door mijn eigen vader. Ik ben de enige confirmant. Wekelijks wordt de les bij ons thuis in de voorkamer gehouden. Het boekje “Vragen en Antwoorden” wordt besproken. Ik heb alle vragen en antwoorden uit mijn hoofd mogen leren. Ook toen al komt bij mij de vraag omhoog: “Wat gebeurt er met onze buren, met mijn vrienden, als de Heer wederkomt?” Een echt bevredigend of bevrijdend antwoord komt er niet. Wel geeft mijn vader met zijn Voorgangerspet op, een sociaal acceptabel antwoord. Namelijk Jezus’ komst betekent Heil voor ieder mens en niet voor een select gezelschap. Daar komt de socialist in hem weer naar boven. Ik vind het Boek Openbaringen een ontoegankelijk hoofdstuk uit de Bijbel. De inhoud wijkt zo af van alle voorgaande bijbelhoofdstukken. Mijn vader legt meer de nadruk op de waarde van het Evangelie van Jezus. Voor hem zijn de Zaligsprekingen uit Mattheus 5 van veel grotere betekenis dan het Boek Openbaringen. En daar hoor ik de Protestant in hem terug. Ook het “Boek voor onze tijd”[i] van Apostel Schwarz komt ter tafel. Het staat in mijn vaders boekenkast en ik heb ’t gelezen. Maar het brengt weinig Licht in mij teweeg. Binnen de kerkelijke gemeente, ‘de dienst’ in Apostolisch jargon, waren buiten mijn ouders twee mensen voor mij toekomst bepalend. Zij stralen gematigdheid uit. De ene is de Opziener werkzaam in het Zuiden van Nederland, Zuid Holland en Vlaams België. Hij is ook nog mijn oom van moeders zijde. Een zeer nuchter en realistisch denkend en toegankelijk mens. In zijn dagelijks leven is hij leraar op een middelbare school in de buurt van Breda. De ander is de Apostel van Nederland. In 1954 werd hij officieel als Districtsapostel voor Nederland ingezet. Maar iedereen spreekt over de Apostel. Wars van mensenverering, toegankelijk. Leeft eenvoudig. Vroeger is hij garagehouder geweest. Hij is een mens van de praktijk. Herderlijk, geen theoloog. De boodschap van JGB is voor hem ook geen halszaak geweest. Helaas is hij door fanatiek gelovigen uit de Nederlandse NAK gemeenten van vóór 1960 ernstig door het slijk gehaald. Maar hij laat zich niet gek maken. Humor is zijn grote kracht. Maar uit betrouwbare bron weet ik dat hij daar wel ernstig onder heeft geleden. Zijn naam is Tjark Bischoff (1897 – 1970)

En nu ten tweede mijn leven buiten ‘de dienst’. Ik zit op het gym, een middelbare school in ’s Hertogenbosch. Je zult het niet geloven, maar het totaal aantal leerlingen op school varieert tussen de 80 en 100. En er is een volledig lerarenkorps aanwezig. Dat betekent dat we in hele kleine klassen hebben gezeten en bijna privé onderwijs hebben gekregen. Voor huidige begrippen onvoorstelbaar luxe. Ik heb daar een aantal leuke vrienden leren kennen. Met een aantal van hen schaak ik graag en met anderen maken wij grote fietstochten door Nederland en daarbuiten. Heerlijk zwerven, op weg naar het onbekende. Het heeft iets bevrijdends gegeven.

De school laat ons ook kennis maken met de schone kunsten en organiseert daartoe bezoeken aan musea, toneeluitvoeringen en schoolconcerten. Voor mijn ouders is dat ook geen enkel probleem, integendeel. Ik mag daar gewoon aan deelnemen. Ook dat geeft me ruimte en een vrij gevoel. In het Brabantse land zijn er binnen de NAK relatief weinig jongeren waar ik een klik mee heb. Eén is een zoon uit een boerenfamilie in Vlijmen. Hele trouwe zuivere mensen die voor iedereen klaar staan. En de ander is een jongen die prachtig viool speelt en later naar het conservatorium in Amsterdam gaat. En op een voor mij onbegrijpelijke wijze in conflict komt met de leiding van de kerk aldaar omdat hij concerten bezoekt en later in concertzalen met viool spelen zijn brood wil verdienen. Zijn ouders zijn met de mijne bevriend. Zijn vader is priester in Eindhoven. Een heel bescheiden man. Zijn moeder is een groot dichteres geweest en in de Nederlandse Haiku kringen een grote bekendheid geworden.[ii] Zelf heb ik ook een fijne jeugdleider gehad die ook een brede visie op kerk en wereld ten toon spreidt. Later komt ook een jong gezin[i] met kinderen uit Dordrecht over naar Vught. Zij zijn op latere leeftijd Apostolisch geworden en hebben genoemde toestanden niet meegemaakt. Zij voelen helemaal thuis in deze kleine gemeente. De broeder is organist en dirigent. Dus een welkome aanvulling. Ook met hen onderhouden mijn ouders warme banden.

Wat ik dus in mijn jeugd heb meegemaakt is voor een groot aantal andere apostolischen in die periode niet zo van zelf sprekend geweest. Ook naar buitenschoolse activiteiten zoals een schoolavond o.i.d. zien mijn ouders geen bezwaren. Of bij een grote jaarlijkse feestavond in de schouwburg is mijn vader ook aanwezig geweest. Wel is dansen taboe geweest, maar in die tijd heb ik dat niet als een groot bezwaar ervaren. Ik ben daarin ook niet de enige geweest. Sinds vele jaren organiseert het gym om de vijf jaar een reünie en daar komen we elkaar bijna allemaal weer tegen. Dat is erg gezellig.

Zondagsrust is vooral voor mijn vader wel een heel belangrijk item. Dus als kind niet buiten spelen. Dat laatste vind ik veel lastiger. Of je neemt op zondag geen portemonnee mee. Hooguit het offer, in een papier gewikkeld, of wat geld voor de bus of trein. Deze gewoontes stammen meer zijn uit vroegere Protestantse traditie. Anderzijds wordt op zondag steevast naar een satirisch politiek radioprogramma – ‘Even afrekenen, Heren’ - geluisterd. En na het nieuws van één uur ’s middags wordt ook “De toestand in de wereld’ van mr. G.B.J. Hiltermann consequent gevolgd. Trouwens gesprekken aan de eettafel over politiek is dagelijkse kost, waarbij terugkijken naar WO II een vast agendapunt is. En natuurlijk hoort hierbij ook de oudejaars conference van Wim Kan. Het leven van mijn ouders in de kerk had een vast ritme van dienstbezoek, mijn moeder naar de koorrepetities op de maandag, mijn vader gaat op andere avonden “in de arbeid”. Voor hem als Voorganger betekent dat familie bezoeken afleggen in Vught, en omgeving. Dat alles per fiets in de avonduren. Zorg voor psychiatrische patiënten in een drietal verschillende klinieken. Hij brengt hen eenmaal per maand op de zaterdagmiddag Avondmaal. Vaak ben ik met hem meegefietst en later met de auto meegereden naar Rosmalen of naar Boxtel. Ook hebben mijn ouders veel aan armenzorg gedaan. Geloven heeft voor mijn ouders in het teken gestaan van naastenliefde praktizeren.

In de periode van voor 1970 dragen dienende broeders ( het woord ‘ambtsbroeder’ is in de HAZEA nog niet ingevoerd) in Nederland een stemmig kostuum maar nog geen zwarte kostuums met een wit overhemd en ook de koorleden hebben geen zwart/wit gedragen. Na 1970 is daar heel langzaam verandering in opgetreden. Vooral toen de periode van de nieuwe DAp.[iii] Herman Schumacher is ingetreden zijn er voor de Nederlandse kerkprovincie ingrijpende veranderingen doorgevoerd.

In de tweede helft van de zestiger jaren vormt de gezondheid van Apostel Tjark Bischoff[iv] een toenemend probleem. Na de zomer van 1969 gaat deze – voor velen zo geliefde Apostel - in de rust. Een jaar later is hij overleden.

Hier wordt direct een sluimerend probleem zichtbaar. Wie gaat Tjark Bischoff opvolgen? Er zijn in Nederland drie Opzieners die geen van allen in dienst van de kerk zijn. Daar was de Nederlandse kerkprovincie te arm voor. Trouwens Apostel Tjark Bischoff heeft nooit salaris van de kerk willen ontvangen. De familie van de Apostel heeft hem en zijn vrouw onderhouden. Één Opziener is niet beschikbaar voor opvolging.

Apostel Tjark Bischoff heeft wel zijn voorkeur uitgesproken naar de toenmalige Stamapostel Walter Schmidt uit Dortmund. Echter dit voorstel valt niet in goede aarde. Want deze Opziener heeft een aantekening in zijn dossier dat hij moeite heeft gehad met de Boodschap van JGB. Inmiddels is deze betrokken JGB negen jaar geleden in 1960 overleden. Ook komen er negatieve berichten uit het kamp van de vroegere Nederlandse NAK. Bepaalde kopstukken hebben zelfs zeer uitgesproken meningen over deze Opziener geuit. Daarom besluit Walter Schmidt een buitenlandse DAp aan te wijzen in de persoon van Herman Schumacher. Hij krijgt de opdracht mee te onderzoeken wie de opvolger van Tjark Bischoff moet worden. Dat proces duurt bijna 13 jaar.

Hierbij lanceer ik mijn eerste stelling op dit weblog:

STELLING 1 :

De Nieuw-Apostolische Kerk beweert naar buiten toe zich te distantiëren van elke vorm van politiek bedrijven, maar intern wordt wel degelijk aan politiek gedaan.


NB: Deze stelling is geredigeerd op 13 augustus 2020 - zie hier onder bij de reacties mijn beweegredenen.

Uiteraard dient hierbij opgemerkt te worden dat deze stelling is ontstaan uit mijn persoonlijke ervaringen en geenszins de pretentie heeft om de NAK de wet voor te schrijven. Het blijft hun persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheid hoe zij met deze materie willen omgaan.

STELLING 1:

De Nieuw-Apostolische Kerk heeft ook een politiek, maatschappelijke verantwoordelijkheid in de samenleving.

Zij moet deze dus waarnemen zoals in het bovenstaande is onderbouwd. Zij moet haar externe politiek optreden altijd transparant verantwoorden en niet misbruiken in schimmige en oncontroleerbare situaties zoals uit haar verleden is gebleken.

Dat zij verre van haar.

Bij een goed bestuur wordt ook intern politiek bedreven. Hierbij hoort transparantie. En ook verantwoording afleggen aan de basis. Het bestuur dient naar eer en geweten te handelen in overeenstemming met de hoogestemde waarden van de kerk. Vertrouwen op een goddelijke aanwijzing mag en wordt aanbevolen. Maar moet altijd gepaard gaan met een wijze besluitvorming op basis van een grondig onderzoek.

________________________________________________________ [i]https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Boek_voor_onze_tijd[ii] Dat heb ik pas veel later gehoord. Daar was zij veel te bescheiden voor. Dat wetende was ’t voor mij aanleiding in 1988 haar te vragen om een gedicht te schrijven voor de landelijke jeugddag in Rotterdam. Dat heeft zij met verve gedaan. Op de site van de Nederlandse Haiku vereniging staan nog regelmatig gedichten van haar hand gepubliceerd onder haar schuilnaam Helena Wolthers. Haar kleindochter Saskia de Boer is in haar voetsporen getreden. Link website: https://haiku.nl/helena-wolthers-omzien/[iii] Ook het woord Districtsapostel is in die periode nog niet bekend. [iv] Geen familie

[i] Recent heb ik van hen vernomen dat zij door de Apostel Arie Boer uit Zuid – Afrika zijn verzegeld. Deze Apostel stamt uit Nederland. Hij heeft op doorreis vaker in Nederland een dienst gehouden. Hij was een begenadigd spreker. Als jeugd hingen wij aan zijn lippen. Hij heeft namelijk ook een keer deelgenomen aan een jeugddag

in 1965 (?) te Nijmegen. http://www.nak-zentralarchiv.de/db/6469445/Biografien/Arie-Boer-N0118

537 keer bekeken11 reacties

©2020 door Gerrit Sepers

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now