Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen _ Hoofdstuk 17 _ Begin nieuwe fase en loslaten District Arnhem

Bijgewerkt: mei 3

Update Maandag 3 mei 2021


Anno 2021 Corona tijd (The New Yorker)


In dit hoofdstuk grijp ik nog terug op ontwikkelingen die ik in het vorige hoofdstuk heb benoemd maar die om een nadere uitwerking vragen.

In deze fase zijn we eerst op de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao) gestart. Onze Amerikaanse broeders hebben al voor de overdacht aan ons district het nodige voorwerk verricht. Zij hebben zich vooral geconcentreerd op Curaçao. Van hun contacten zijn enkele contacten overgebleven. Later zijn daar ook nog de eilanden Anguilla, Antigua en Sint Maarten bijgekomen.


Wat Bonaire betreft is begin tachtiger jaren vanuit Nederland een familie met twee kinderen uit het Rotterdamse district geëmigreerd naar Bonaire. Onze zuster is Antilliaans. Zij hebben zich aan de rand van Kralendijk gevestigd. Onze broeder is echte een klusjesman – hier en daar ook wel een vrijbuiter - en zijn vrouw is verpleegkundige werkzaam in het lokale ziekenhuis. Zij en hun kinderen aarden goed op dit eiland en voelen zich snel al helemaal thuis. Beiden zijn zeer offerbereid en gastvrij. Zij weten al snel de nodige contacten te leggen met de lokale bevolking. In hun huis worden huiskamerdiensten gehouden.

In de eerste weken van april 1986 breng ik een bezoek aan de ABC eilanden. Standplaats Bonaire. Alwaar ik bij genoemde familie mag logeren. Er vinden de eerste opnamen van gasten plaats. Onze zuster vertaalt de diensten simultaan in het papiaments.

In deze periode brengen we een bezoek aan contacten op Curaçao en leggen we een oriënterend bezoek af aan Aruba.



Even een intermezzo: in 1986 komt de komeet Halley[i] weer eens langs onze aarde. Juist in die periode in Midden-Amerika het meest helder te zien op Bonaire.Toeristen met grote telescopen landen op het kleine vliegveld Flamingo International. Gedurende een aantal dagen is in de nachtelijke uren tussen 2 en 4 uur dit prachtige natuurverschijnsel te aanschouwen. Drommen mensen verzamelen zich om niets te willen missen. Dus wij ook. Wij mogen door zo’n toeter van een fanate amateur- astronoom staren en met enige moeite ontwaren wij de komeet met zijn prachtige staart. Op donderdagnacht – zo is de verwachting – zal het verschijnsel op zijn mooist zijn en wel rond 03.30 uur. Een nog grotere menigte is toen verschenen. Echter op het moment suprême schoof langdurig een grote dikke wolk juist tussen de komeet en onze ogen… Was het de Voorzienigheid? Of een speling der natuur? Toch heeft deze gebeurtenis zeer waarschijnlijk op alle aanwezigen een onvergetelijke indruk gemaakt.


Op Curaçao maken wij kennis met een familie die oorspronkelijk uit Nederland komt. Hijzelf heeft in Nederland ooit tot een twijg van de Apostolische beweging behoord. Namelijk de Hersteld Apostolische Zendingskerk. Hij heeft een installatiebedrijf voor huishoudelijke artikelen. Op zijn terrein bevindt zich een grote verzameling van de meest uiteenlopende spullen. Van grote huishoudelijke apparaten tot allerlei werktuigen. Deze opeenstapeling van materialen wordt voortgezet in zijn huis. Tot groot verdriet van zijn vrouw. Hij vertelt ons direct al dat hij minimaal de leeftijd van tweehonderd jaar wil bereiken om alles netjes te kunnen opruimen. In de loop van de jaren daarna heb ik echter vastgesteld dat het aantal materialen alleen maar is toegenomen…

Na onze kennismaking en eerste gesprekken is hieruit een langdurig contact gegroeid. Wanneer de diensten op Curaçao worden gestart is hij een trouwe bezoeker.

Een paar jaar later laat hij mij bij een bezoek een document van zijn verzegeling in de Hersteld Apostolische Zendingskerk zien. Hij heeft al aan andere broeders laten merken dat hij graag aan het Heilig Avondmaal wil deelnemen. Zij hebben vastgehouden aan de stelling dat alleen verzegelden van de NAK hiertoe gerechtigd zijn. Hij merkt hierbij het volgende op: “Ik ben niet verantwoordelijk voor hetgeen ooit in de top van één der kerkelijke richtingen in de Apostolische beweging is gebeurd, en waardoor er een scheiding is ontstaan. Ik blijf bij het feit dat ik verzegeld met de Heilige Geest”. Op mijn kan ik hier niets tegen in brengen. Hij heeft hier een duidelijk punt. Na thuiskomst overleg ik zijn wens met mijn leidinggevende. Hij blijft op het standpunt staan dat hier wel een verzegeling vanuit de NAK moet plaatsvinden. Hierin kunnen wij elkaar niet vinden. Bij mijn volgende bezoek volg ik mijn eigen persoonlijke mening, in de geest van Hans Urwyler en geef aan dat er mijns inziens geen enkele belemmering hiervoor aan te voeren is. De broeder is mij hiervoor zeer dankbaar geweest.


Het tweede contact op Curaçao is van heel andere aard. Deze man is een echte Antilliaan, geboren getogen op dit eiland. In zijn actieve leven heeft hij op de grote olieraffinaderij ISLA gewerkt. Zijn achternaam betekent in het Nederlands “welgeschapen”. Hij heeft zijn naam altijd eer aangedaan. Bij onze bezoeken zitten wij samen altijd voor zijn huis op de veranda in een heerlijke schommelstoel. Een zeer zachtaardig mens die groot aanzien in zijn familie geniet. Ik heb dankbare herinneringen aan onze ontmoetingen. Wat mij bijzonder is bijgebleven is zijn gezegde die hij bij elk bezoek heeft herhaald: “Ptinso begi jepi alateng” oftewel “Een beetje bidden helpt altijd”.



Tulip heart’s delight (rood – wit)


Na een eerste verkennend bezoek aan Aruba in april 1986 ben ik in september teruggegaan om de zoon van een zuster uit Groningen te bezoeken. Hier kan ik een mooie anekdote over vertellen.

Een zuster uit de toenmalige gemeente Groningen-Noord heeft een zoon die op Aruba woont. Nog steeds overigens. Zij krijgt te horen dat ik in september 1986 Aruba zal bezoeken. Zij schrijft aan haar zoon dat de Opziener naar Aruba komt en geeft hem ‘instructies’ mij een gastvrij onderdak te bieden. Naar de zeden uit Indië is de zoon gehoorzaam. Midden in de nacht staat hij mij op te wachten op de airport van Aruba. Ik word zeer gastvrij in zijn familie opgenomen. Wij spreken over vele onderwerpen van allerlei aard. Maatschappelijk, politiek en cultureel. En natuurlijk ook over religieuze zaken. Zij hebbenen zich al verdiept in de leer van de NAK en hebben besloten om Nieuw- Apostolisch te worden als de kerk hier een gemeente zal stichten. De moeder van deze zoon heeft namelijk al vele ‘geloofsbrieven’ aan haar zoon en diens familie geschreven. In die tijd klinkt mij dat als muziek in de oren, maar ik vind dat zij eerst maar eens rustig de diensten moeten bezoeken voordat zij tot een dergelijke stap definitief besluiten. Maar al vrij snel zijn zij allen op hun wens verzegeld.


Bij mijn bezoeken aan nieuwe landen of steden ga ik altijd op zoek naar kerken, musea en een boekhandel. Ik vind het heerlijk om in een kerk te genieten van de stilte. Tevoren heb ik gelezen dat er op Curaçao de oudste nog in gebruik zijnde synagoge op het Amerikaanse continent staat. Deze heb ik ook bezocht. Een waar juweel! Het eerste wat direct opvalt is het witte zand op de vloer als je binnenstapt.



Alleen een boekhandel van enig statuur ben ik toen helaas weinig of niet tegengekomen. Tenminste niet naar Nederlandse maatstaven. Op Curaçao heb ik wel mooie boeken gekocht van lokale schrijvers die ik tevoren niet heb gekend. Allemaal grijpen zij terug op de overheersing van de Nederlanders in tijden van de slavernij. Het merkwaardige is dat er toen nauwelijks of geen slavernijmonument of museum bestond op Curacao. Mede door de aandacht voor de Tula[ii] opstand van 1795 in onze 21e eeuw is daar wel verandering in gekomen.

Wat is de diepere reden achter deze acties van mij? Ik wil begrijpen wat mensen uit andere culturen bezighoudt. Graag wil ik hen respecteren in hun anders zijn. En steeds meer werd me duidelijk hoe normerend wij als kerk in deze tijd zijn geweest. En hoe eurocentrisch deze kerk in zijn algemeenheid georiënteerd is en ook in haar werk in de z.g. missiegebieden. Steeds meer is mij duidelijk geworden dat een nieuwe vorm van slavernij in religieuze zin is nagestreefd. Daar heb ik me steeds meer van gedistantieerd. Wij hebben een ereschuld in te lossen. We kunnen veel meer van hen leren dan wij denken. Daarom is ook in Suriname in een latere fase gestart met het z.g. “Adoptieplan Suriname”. Maar de boodschap vanuit het Europese continent is steevast een tegenovergestelde geweest. Die Apostel die volksstammen mensen verzegelt kan rekenen op grote lof van de internationale kerkleiding. Mijn ervaringen die ik in andere Afrikaanse gebieden zoals Nigeria en Kenya als wel in gesprekken met andere Apostelen heb opgedaan wijzen in de richting van neokolonialisme. Van een gelijkwaardige behandeling heb ik in het algemeen weinig bespeurd.

Tulip Pirano


Gesprekken in deze trant hebben Opziener Kamstra en ondergetekende later ook gevoerd in Guyana op het balkon van het historische houten negerhotel “Woodbine” in de hoofdstad Georgetown, onder het genot van een heerlijke Cubaanse “long distance cigar” van 1 US dollar die we bij de lokale sigarenboer hebben bemachtigd. Voor de gemiddelde Guyanees toch een behoorlijke uitgave… een beetje decadent was onze uitspatting toch wel. Maar onder het genot van sigaar of pijp spraken we over allerlei interessante theologische onderwerpen. Ik noem er één:


“De Geest waait waar Hij wil” (Joh. 3:8)[iii][iv]


Hotel Woodbine International Georgetown


________________________________________________________________

[i] https://nl.wikipedia.org/wiki/Komeet_Halley

[ii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Tula_(slavenleider) [iii] Later komt deze uitspraak weer terug in het mee dienen van de Opziener Kamstra in de roemruchte Stamapostel dienst in Tilburg van 14 januari 2001, de zogenaamde “Koekoeksprediking”. Zie:

[iv] https://de.wikipedia.org/wiki/Richard_Fehr Verschiedene Beobachter der NAK attestieren Fehr, dass er die theologische Öffnung hin zur Ökumene, für die er sich bereits in einem Image-Video aus dem Jahr 2000 öffentlich aussprach, noch schneller umzusetzen versuchte, jedoch von interner Opposition im Apostelkreis davon abgehalten worden sei. Dafür könnte ein Zitat Fehrs einige Jahre nach seiner Ruhesetzung sprechen, worin er sich auf eine stark exklusivistische Predigtaussage 2001 im niederländischen Tilburg bezog: „Durch besondere Umstände, die hier nicht näher erläutert werden sollen, ließ ich mich in einem Gottesdienst in den Niederlanden einmal zu einer Aussage ’hinreißen’, die ich in dieser Form heute gewiss nicht mehr verlauten ließe. Sinngemäß sagte ich: ’Wer die Gabe des Heiligen Geistes erlangen will, der muss nicht nach Rom oder zum Kuckuck wo hin pilgern, sondern unter die Hand eines Apostels kommen …’[...]“

413 keer bekeken5 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven