top of page

Het Grote Verhaal 24 -02

Bijgewerkt op: 11 jun.




Iets kan zijn verzonnen en daardoor juist bestaan.

Dat soms iets niet verzonnen is neemt men zo maar aan.

(Een quote van Herman Finkers)


                                                                                   Amersfoort, 30 mei 2024

Update 10 juni 2024


Hoezo Zondeval en Erfzonde?


Sinds de zondeval kruipen slangen door het stof...

 

In dit hoofdstuk zal ik stilstaan bij de doorslaggevende invloed van de Christelijke kerkvaders – met name Aurelius Augustinus – op de ontwikkeling van de theologie van de Christelijke religie tot op de dag van vandaag.

 

INLEIDING

Het woordje tijd kent maar vier letters. Op het eerste oog een nietig woord met weinig impact. Maar het tegendeel is waar. Als westerse mens zijn we bijna allemaal bevangen door TIJD. Maar wat is eigenlijk tijd? We dragen het bij ons, in het hoofd en om de pols.  Iedereen heeft een gevoel of een idee bij de betekenis van tijd, maar waar komt het vandaan? Is tijd iets universeels, of tikken klokken ergens anders op een andere manier? Hoe meten we tijd en hoe kunnen we hier over nadenken? Dit zijn enkele vragen die bij veel mensen opkomen wanneer ze over tijd denken. Aan ons tijdsbesef ligt ook de afwisseling van licht en donker, van dag en nacht ten grondslag. Een dag telt 24 uur; elk uur zestig minuten en elke minuut zestig seconden. Dat kunnen we aflezen op ons horloge, onze mobiele telefoon of onze computer. Zeven dagen vormen een week en 365 dagen een jaar. Elk jaar telt twaalf maanden en vier seizoenen. Wanneer de tijd begonnen is, weten we niet, of beter gezegd, dat kunnen we niet bevatten. De oerknal, het ontstaan van ons heelal, zou – op basis van de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein - 13,8 miljard jaar geleden hebben plaatsgevonden. Van dat letterlijk astronomische getal kunnen we ons geen enkele voorstelling maken. Tegelijkertijd met de oerknal zouden ruimte en tijd ontstaan. Of de tijd ooit ophoudt te bestaan, weten we evenmin. U ziet al dat ik uitga van de “Schepping” middels de kosmologische theorie van de oerknal. Grondlegger van de oerknaltheorie is de Leuvense hoogleraar en priester dr. Georges Lemaître[i].  


De bijbel echter gaat uit van religieuze aannames. Uiteraard is daar niets mis mee. Ieder mens mag zijn eigen religieuze voorstellingen hebben. Maar nuchtere wetenschappelijke feiten kun je toch niet zomaar aan de kant schuiven en vervangen door religieuze aannames. Zou je tenminste als nuchter weldenkend mens zeggen. Niets is minder waar. Ik ben zelf ook ervaringsdeskundige en stam uit een gelovig nest.


Waarom deze inleiding?

In de eerste eeuwen van het christendom was er nog geen duidelijk of eenduidig omschreven theologie. Het christelijke denken was nog volop in beweging en er waren nog geen dogma’s vastgesteld. De meeste werken waren apologetisch[ii] (het woord apologetiek stamt uit het Grieks en betekent verdedigen van levensbeschouwelijke, vaak religieuze, standpunten door middel van redeneren) van aard en verdedigden het christendom richting het “heidendom” en het jodendom. De apologeten betoogden vaak dat het jodendom de Hebreeuwse Bijbel[iii] verkeerd begrepen en geïnterpreteerd had.


Naar de huidige inzichten is dat nogal een ernstige en krenkende beschuldiging. Maar zou nog steeds een belangrijk punt van aandacht moeten zijn. Maar de realiteit is weerbarstiger.


In de werken van de apologeten was de Hebreeuwse Bijbel de ultieme autoriteit, maar werd de Joodse wet gespiritualiseerd en gezien als een voorafschaduwing van dingen die in het christendom zouden worden vervuld, in navolging van de Brief aan de Hebreeën (bijvoorbeeld Hebreeën 10:1). Voorschriften in de Wet van Mozes kregen een profetische betekenis, zoals "besneden van oren" worden in de Brief van Barnabas 9:3[iv]. Deze brief stond in ieder geval rond 325 – het jaar van het concilie van Nicea[v] - al zo hoog in aanzien, dat ze in de Codex Sinaiticus[vi] werd opgenomen.


Je kunt dus stellen dat hier sprake is van een vervangingstheologie. Ook wel supersessionisme[vii] genoemd. Dit is de stroming die eeuwenlang de dominante visie geweest is in het christendom. Het uitgangspunt voor de manier waarop in deze stroming de Bijbel geïnterpreteerd wordt is dat de Kerk de plaats van Israël ingenomen heeft, als het volk van God in het Nieuwe Verbond dat door de dood van Jezus Christus gesloten en bekrachtigd zou zijn. Dit theologisch uitgangspunt heeft in combinatie met bestaande anti-Joodse sentimenten geleid tot minachting van het Joodse volk. Dat zou immers massaal Jezus hebben afgewezen. Uiteindelijk leidde dit tot talrijke anti-Joodse maatregelen[viii] door kerkelijke en wereldlijke leiders. Vanaf de middeleeuwen leidde het kerkelijke anti-Joodse denken regelmatig tot geweld, en tot verankering van antisemitisme in de Europese cultuur. Het dieptepunt was de Sjoa[ix], de massale genocide op de Joden in de Tweede Wereldoorlog.


Daarnaast was het debat en de voorgestelde oplossingen over de verhouding tussen God en Christus en tussen een goddelijke Christus en de historische Jezus aan de orde. Later werd dat Christologie[x] genoemd. De christologie kan zich ook bezighouden met vragen die de drie-eenheid[xi] betreffen. Ik kom daar later nog uitgebreid op terug bij de bespreking van het Evangelie van Markus, maar hier alvast een voorproefje[xii]


Na eerste Millennium breekt er toch een andere periode aan. De kerk van Rome is niet meer weg te denken uit de Europese samenleving. En dus is het Christendom helemaal geïnternaliseerd in de samenleving. En dus ook de doctrines van de kerk. Zo ook het begrip tijd met betrekking tot de schepping, het leven en sterven van Jezus van Nazareth en het einde der tijden. De kerk is er in die eerste duizend jaar in geslaagd een Christelijke theologie te ontwikkelen die dus het Joodse denken - verankerd in hun Hebreeuwse Bijbel – aan de kant geschoven. Met interpretaties van teksten die haaks staan op de oorspronkelijke Joodse uitleg. Zij waren notabene de schrijvers van hun Heilige Boek. Plat gezegd zijn de Christelijke theologen uit de eerste eeuwen, de kerkvaders, er mee op loop gegaan. En dus de Joodse leer hebben vervangen door een Christelijke.

 

In het helder geschreven boek van Ludo Jongen “Op weg naar de Hemel”[xiii] wordt inzichtelijk gemaakt hoe de Middeleeuwers dachten en geloofden. Zo schrijft hij op pagina 9 tot en met 11 het volgende:

 

 “Zo hadden zij ook de vaste overtuiging dat de mens 5199 jaar voor de geboorte van Christus is geschapen, en wel op 25 maart, op een vrijdag. In de Middeleeuwen zag men de geschiedenis als een doorlopende lijn van de Schepping tot de Jongste Dag, waarop het Laatste Oordeel zou plaatsvinden. Voor christenen was (en is) de Bijbel het belangrijkste boek, het Boek der boeken. Daar kon men antwoorden op vele levensvragen vinden. Vanaf het eerste boek van het Oude Testament (Genesis) tot en met het laatste boek van het Nieuwe Testament (Apocalyps) is de geschiedenis beschreven van de wereld, van de tijd en vooral van de mensen. In die geschiedenis zijn drie momenten cruciaal:

 

1 – De zondeval van het eerste mensenpaar. 

Omdat Adam en Eva Gods gebod overtreden zouden hebben – ze mochten volgens de Bijbel namelijk niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad (Genesis 2,16-17) –, werden ze uit het Aards Paradijs verdreven. Hun nakomelingen moesten zich in het zweet werken voor hun dagelijks brood en zouden ten slotte sterven (Genesis 17-19). Maar ooit zou de Verlosser, de Messias, geboren worden: in het Oude Testament wordt op vele plaatsen de komst van Christus geprofeteerd. Nu is 5200 jaar een periode die een mens zich niet voor kan stellen. Het is een abstract getal, een rekeneenheid. In het evangelie van Lucas (3,23-38) wordt een geslachtslijst gegeven van Jezus tot Adam. Die lijst komt overeen met lijsten uit Genesis (5,3-32 & 11,10-26), Richteren (4,18-22) en 1 Koningen (1,1-4 & 24-28 en 5,1-15; het evangelie van Mattheüs begint ook met een geslachtslijst, maar die wijkt nogal af). Ook al bereikten Adam en andere stamvaders leeftijden van boven de duizend jaar, een generatie is een ‘behapbaar’ begrip. Dus die 5199 jaar waren middels een geslachtslijst te overzien.

 

Met betrekking tot de zondeval is er nog andere verklaring in de kringen van Bijbel onderzoekers. Het is niet uitgesloten dat Adam en Eva niet de eerste mensen op deze aardkloot waren. Maar dat zij uit een gemeenschap zijn gestoten. Want na de broedermoord van Kaïn vertrok hij naar een ander land of gebied en huwde daar een vrouw.

 

Michelangelo – geschilderd tussen 1508 - 1512


2 – De menswording en kruisdood van Christus. 

Het Nieuwe Testament beschrijft het leven van Jezus van Nazareth: zijn daden en prediking, met zijn kruisdood als apotheose. Geredeneerd vanuit de Bijbelse voorstellingen is Jezus vrijwillig mens geworden en heeft zich dus aan de dood onderworpen. En kon Hij die dood overwinnen en daardoor werd de poort naar de eeuwige zaligheid weer geopend. Volgens middeleeuwse berekeningen zouden zowel de Annunciatie, het moment waarop Maria zwanger werd van Christus (incarnatie of menswording), als Christus’ kruisdood op 25 maart hebben plaatsgevonden, zodat Schepping, verkondiging en kruisdood op één lijn liggen.

 



“De kruisdraging van Christus” dateert van rond 1510 – een van de laatste schilderijen van Hiëronymus Bosch – Museum Schone Kunsten te Gent

 

3 – Het Laatste Oordeel[xiv].

Mits een mens trouw de geboden van God en de Kerk onderhoudt, zal hem na zijn dood het hemelse geluk deelachtig worden. Op de Jongste Dag zullen de doden uit hun graven verrijzen, zal de wereld ten onder gaan en zal Christus wederkeren om over de mensen te oordelen. Dan houdt de tijd op te bestaan.

 

Dit zijn de voorstellingen die sedert de Middeleeuwen gangbaar zijn geworden in de algemene Christelijke kerken.

 


Lucas van Leyden (1494 – 1533) “Het Laatste Oordeel”

Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden

 

Aan punt 3 - Het Laatste Oordeel - wil ik nog het volgende toevoegen: Er zijn echter ook sedert Middeleeuwen grotere en kleinere groeperingen ontstaan en weer verdwenen, die een variant hierop in hun vaandel hebben. Ik noem hierbij de Wederdopers met Jan van Leiden in de 16e eeuw met de ontluisterende afloop in Munster.[xv] 

 

En rond de eeuwwisseling van de 18e en 19e eeuw nam de eindtijd verwachting in Europa een grote vlucht. In 2017 is van Rie Kielman een prachtig overzichtswerk verschenen bij Eburon Delft onder de titel van “In het laatste der dagen” over de eindtijd verwachting in Nederland in de periode van 1790 tot 1880. In dit boek komen ook de Apostolische richtingen aan de orde. Zij behoren tot het zogenaamde “chiliasme”[xvi].

 

Tijdens de ballingschap van de Joodse elite in Babylon na 597 voor Chr. heeft er ook een kruisbestuiving plaatsgevonden met de grote Perzische religieuze stroming van Zarathustra of Zoroaster.[xvii] Dat heeft zijn uitwerking niet gemist op het latere Joodse volk zoals het idee  van een tijdelijk Messiaans rijk. Deze gedachten komen al voor in de joodse apocalyptische literatuur[xviii] , zoals in 4 Ezra en 1 Henoch. Dit idee is sterk beïnvloed door het verlangen dat het toenmalige Israël weer als zelfstandige staat zou bestaan. Zo is er in 1 Henoch sprake van een periode van 7 weken. Na die periode is er een tijdelijk Messiaans koninkrijk. Daarna is er sprake van een nieuwe hemel en nieuwe aarde.


Het christelijk chiliasme is vooral gebaseerd op het Bijbelboek Openbaring, maar baseert zich ook op andere (Bijbelse) apocalyptische geschriften of uitspraken, zoals delen van het boek Daniël en Joël. Een centrale rol neemt de profetie over het duizendjarig vredesrijk in het boek Openbaring 20:1-6 (NBV21) in. De eerste kerkvaders geloofden in een letterlijke uitleg van deze passage:


1 Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand. 2 Hij greep de draak, de slang van weleer, die ook duivel of Satan wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren. 3 Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten. 4 Ook zag ik tronen, en degenen die erop zaten mochten rechtspreken. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met Christus. 5 De andere doden kwamen niet tot leven voordat de duizend jaar voorbij waren. Dit is de eerste opstanding.

6 Gelukkig en heilig zijn zij die deel hebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van Christus zijn en duizend jaar lang samen met Hem heersen.


Het boek Openbaring is voor de hoofdstroom van het Christendom altijd al een hoofdpijndossier geweest. Zij is afkerig van het voortdurend voorspellend toepassen van chiliastische Bijbelteksten. De wederkomst van Christus wordt er beleden, maar niet verbonden aan specifieke data of verwachtingen. De hoofdstroom is daarom amillennialistisch, wars van speculaties over de komst van Jezus Christus en hoe die zich zou voltrekken.


Deze opvatting wordt breed gedragen in zowel de oosters – orthodoxe kerken als de Rooms-katholieke Kerk. Ook komt het veel voor bij de lutheranen, hervormden en anglicanen. Daarnaast kan het ook op steun rekenen bij een relatief grote minderheid van de evangelicale kerken.


Er zijn echter orthodox christelijke stromingen waar deze tekst uit Openbaring 20: 1-6 wel letterlijk wordt uitgelegd. Waarbij het vers 6 uit dit hoofdstuk een cruciale rol speelt. 

Zij verwachten de wederkomst Christi elke dag, waarbij Hij ‘Zijn Bruid’, de Eerstelingen, tot zich neemt voor een bruiloftsmaal bij God in de hemel. Op aarde vindt een grote verwoesting plaats. Na drie en een half jaar zal Christus met de Eerstelingen weer terugkeren naar de aarde en daar duizend jaar met deze eerstelingen regeren zodat ieder mens – doden en levenden – uit welke cultuur dan ook – Christus kan aannemen als haar of zijn Verlosser. Allen dienen wel de leer aannemen die geldt in die Christelijke stroming. Dat geldt ook voor de gelovigen uit andere Christelijke kerken…

In deze uitleg is de duivel of ook wel de satan genoemd, de gevallen engel Lucifer, de eeuwige tegenstrever van God, dan 1000 jaar gebonden.


Notabene: Is een dergelijke gang van zaken in bovenstaande alinea niet strijdig met het beeld dat geschetst wordt bij Sodom en Gomorra. Lees Gen. 18: 16-25 (NBV21) waar Abraham bij God pleit om de steden niet om te keren als nog zovele rechtvaardigen in die steden leven. Abraham geeft zelfs God weerwoord en spreekt Hem aan als opperrechter van de aarde... Is het wezen van God veranderd?


"16.Toen de mannen weer verdergingen, lieten ze hun blik op Sodom rusten. Abraham liep met hen mee om hun uitgeleide te doen. 17De HEER dacht: Waarom zou Ik voor Abraham geheimhouden wat Ik van plan ben? 18Uit Abraham zal immers een groot en machtig volk voortkomen, en in hem zullen alle volken op aarde gezegend worden. 19Want Ik heb hem uitgekozen, hij moet zijn zonen en zijn verdere nakomelingen voorhouden de weg te volgen die Ik wijs, door rechtvaardig en goed te handelen. Alleen dan zal Ik verwezenlijken wat Ik Abraham heb toegezegd. 20Daarom zei de HEER: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. 21Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die Ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil Ik weten.’22Toen gingen de mannen weg, naar Sodom, maar Abraham bleef voor de HEER staan. 23Abraham ging dichter naar Hem toe en vroeg: ‘Wilt U dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? 24Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou U die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? 25Zoiets kunt U toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt U toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’ 


Ter verduidelijking nog het volgende: satan wordt in die stromingen in het Christendom gezien als een werkelijk bestaand boosaardig en aan God vijandig wezen dat de eerste mensen op aarde heeft verleid tot zonde, wat de dood tot gevolg had. Deze christenen geloven dat met de dood en opstanding van Jezus de macht van de satan gebroken is.


Bij de mainstream van de Christelijke kerken is satan geen werkelijk bestaand wezen, maar een metafoor die zonde en verleiding symboliseert. 


Tot een van deze orthodoxe groeperingen heb ik ooit behoord. Maar deze verregaande exclusiviteitsgedachten beschreven in Openbaringen heb ik nooit onderschreven.

Ik heb altijd grote moeite gehad met dit chiliastisch denken. Een God die een verwoesting, een echte genocide voorstaat, waarbij een select gezelschap zonder duidelijk kwalitatieve criteria gered wordt louter om het feit dat men tot een dergelijke geloofsgemeenschap behoort is geen waarachtig liefhebbende God. En een dergelijk beeld stemt niet overeen met het gedachtengoed van Jezus van Nazareth zoals ik hem in de Evangeliën heb leren kennen.

In die genoemde geloofsrichting neemt de verlossende kracht voor de overledenen wel heel erg realistisch aandoende vormen aan. Maar deze zijn wel zeer exclusief, hetgeen tot uitdrukking komt in een Avondmaal handeling voor overledenen. Namelijk alleen degenen

die zijn wedergeboren uit water en geest en die zijn gedoopt en die geloven in de

Autoriteit van de Apostelen, zijn welkom. Voldoende stof om over na te denken. De lezer mag zijn eigen conclusies trekken. Ik heb duidelijk afstand genomen van deze opvattingen.

 

Lava stroomt uit een kloof, met op de achtergrond het noorderlicht, bij de stad Grindavik, IJsland, op 25 maart 2024 (The Atlantic) – (GJS: Mythen en Sagen rondom Noorderlicht[xix])



Nu pakken we weer de draad op van Ludo Jongen:

 

Van wat zich tussen Hemelvaart van Jezus van Nazareth en het einde der tijden afspeelt, is in het Nieuwe Testament slechts de beginperiode beschreven. In de Handelingen en de brieven van Paulus en andere apostelen wordt het een en ander verteld over wat er in de eerste eeuw van onze jaartelling is voorgevallen.

 

Geschiedschrijvers hebben echter vastgelegd wat er na het jaar 100 gebeurd is, zowel in de kerkelijke als in de wereldlijke geschiedenis. Ik zal daar nog een apart hoofdstuk aan wijden opdat het inzicht is deze complexe periode inzichtelijker wordt.

 

Voor ons lijkt dat onvoorstelbaar, maar de middeleeuwers geloofden niet dat het Romeinse Rijk ten onder was gegaan. Integendeel, de Roomse (Romeinse) keizers werden beschouwd als de opvolgers van de eerste keizer, Augustus (27 v.Chr.-14

n.Chr.). Maar historici kunnen slechts tot aan hun eigen tijd gebeurtenissen beschrijven.

 

Vaak wordt zo’n wereldkroniek afgesloten met profetieën van de tekenen die de Jongste Dag aankondigen. Lodewijk van Velthem (1265/75-±1330) heeft een vijfde partie (Middeleeuws woord voor hoofdstuk), de Voortzetting, toegevoegd aan zijn wereldkroniek, de Spiegel historiael[xx]. Hij meende dat de eindtijd tussen 1300 en 1336 zou plaatsvinden. Hij baseerde zich daarbij op de voorspellingen uit het boek Daniël (Oude Testament) en de Apocalyps (Nieuwe Testament) en op voorspellingen van Hildegard van Bingen (1098-1179). Deze mystica heeft een groot aantal werken nagelaten, waaronder Scivias [Ken de wegen]. In dat boek vol visioenen beschrijft Hildegard de geschiedenis van de wereld vanaf de Schepping tot het Laatste Oordeel. Lodewijk van Velthem werkte rond 1316 aan zijn Voortzetting; volgens hem waren er dus nog zo’n twintig Jaar te gaan tot de Jongste Dag. Maar zoals we weten, is de wereld niet vergaan in 1336“. Tot zover Ludo Jongen.

 


Schepping van de wereld & Verdrijving uit het paradijs

Van Giovanni di Paolo (Giovanni di Paolo di Grazia 1445; New York Metropolitan Museum)

 


Nu terug naar onze tijd:

 

Het bovenbeschreven geloof van de Middeleeuwers ben ik zelf ook tegengekomen. In de tijd van de verzuiling van de kerken in de 21e eeuw keek hier niemand vreemd van op. Toen de ontmythologisering zijn grote doorbraak beleefde is er in het kerkelijk landschap in Nederland veel veranderd. In de bevindelijke kerkelijke richtingen staan deze waarheden nog recht overeind; hoewel er hier en daar ook bewegingen ontstaan naar meer openheid en aansluiting gezocht wordt naar de algemene Christelijke kerken. Dat is een moeizaam en langdurig proces.

 

Inmiddels ben ik op een leeftijd gekomen dat velen van ons kinderen en kleinkinderen hebben. Maar het blijft me nog steeds verbazen hoe peuters de ene vaardigheid na de andere ontwikkelen. Waarbij je nog steeds de gevleugeld geworden woorden hoort: “je kunt ze wel iets verbieden, maar ze begrijpen gewoon niet wat ‘dat mag niet!’ betekent”. Moreel bewustzijn, dat ontwikkelen kinderen pas later. Ouders kunnen dingen eigenlijk pas verbieden als hun kinderen begrijpen dat het verkeerd is, iets verbodens te doen.

 

Hetgeen ons brengt bij een verbod uit Genesis 2.

 

God bracht de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij legde hem het volgende verbod op: “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.” (Genesis 2. 15-17; NBV 21)

 

 

Goed en kwaad

Daarom wil ik graag die passage uit Genesis nog eens verder uitdiepen. Zo op het eerste gezicht lijkt dat een vreemde passage. God verbiedt Adam kennis op te doen van goed en kwaad, maar dat verbod is zinloos zolang Adam de kennis van goed en kwaad niet bezit die hem doet begrijpen dat als iets verboden is, het verkeerd is het toch te doen.

Ik denk echter dat de passage minder vreemd is dan hij lijkt. God verbiedt weliswaar iets, maar doet geen beroep op kennis van goed en kwaad. Hij toont de gevolgen. Je kunt een driejarige prima uitleggen dat hij zijn hand niet in de frituurpan moet steken omdat hij dan zijn vingers verbrandt. Daarvoor is geen moreel bewustzijn nodig.

 

Niettemin: de kwestie is al in de Oudheid bediscussieerd. Voor joodse geleerden was het helemaal ingewikkeld doordat volgens hen moreel leven pas echt mogelijk was geworden door de Wet van Mozes. Paulus’ Romeinenbrief verwijst naar die discussie (Romeinen 5. 12-13):

 

12Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en de dood voor ieder mens is gekomen omdat ieder mens heeft gezondigd ... 13Inderdaad, de zonde was al in de wereld voordat de wet er was; alleen, zonder wet wordt er van de zonde geen rekening bijgehouden.

 Terug naar Adam.

 

In Genesis 3 heeft hij inmiddels een partner gekregen, genaamd Eva, die in gesprek raakt met de slang (Genesis 3. 4-6). Dit verhaal hebben we natuurlijk tot in den treure gehoord…

 

“Jullie zullen helemaal niet sterven,” zei de slang. “Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, en dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.”

De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.

 De rest van dit verhaal is bekend: Eva en Adam eten van de vrucht, sterven inderdaad niet (direct) en in plaats daarvan gaan hun ogen open. God stuurt ze weg uit de Hof van Eden.

  

 

De monnik Pelagius

 

 

Pelagius ('zeeman' in het Oudgrieks was waarschijnlijk een Britse monnik die leefde in de vijfde eeuw na Christus. Sommigen veronderstellen dat hij geleefd heeft van ongeveer 360 tot 435 n.C. Pelagius was gevormd in de cultuur van het Keltisch Christendom[xxi].


Dit bovenstaande verhaal staat in de christelijke traditie bekend als de Zondeval. Maar het is geen val. Het is feitelijk een opstijgen naar een hoger zedelijk niveau. Dat brengt dilemma’s mee, “the doom of choice” in de woorden van de christelijke auteur J.R.R. Tolkien. Je bent weg uit het paradijs. Je bent volwassen.

 

Zo las men dit verhaal in de Oudheid ook (sic).

 

Eén voorbeeld is de Britse monnik Pelagius[xxii], die we zo rond 420 na Chr. moeten plaatsen.

 

Pelagius wordt vooral in verband gebracht met de theologische strijd over kwesties als vrije wil, genade, erfzonde en kinderdoop. Pelagius stelde dat de vrije wil van de mens ook na de zondeval intact was en ontkende de erfzonde. Hij stond hierin lijnrecht tegenover zijn tijdgenoot Augustinus en andere kerkvaders. Pelagius, die in zijn eigen tijd een alom gerespecteerde en geleerde geestelijke was, was van mening dat de mens een voluit vrije wil had. Er bestond niet zoiets als erfzonde: kinderen waren volgens hem bij hun geboorte even onschuldig als Adam en Eva in de Hof van Eden. Het komt er dan ook op aan voor de mens om deugdzaam te leven: het goede zou uiteindelijk beloond worden en het kwade gestraft. Als hulp heeft God in het Oude (= Eerste) Testament de Wet (in engere zin de Tien Woorden) en in het Nieuwe (Tweede) Testament het voorbeeld van Jezus gegeven. Dat de interpretatie van Pelagius niet werd overgenomen door de officiële kerk, komt door Aurelius Augustinus[xxiii],  die zich in zijn polemieken op zijn aller slechtst betoont.

Feitelijk had Augustinus weinig argumenten, maar hij leefde wat langer en zijn geschriften bleven bewaard, dus hij won de discussie. Zo ging dat in die tijd zonder internet en social media.

 

Voor Augustinus was het bestaan van een zondeval een antropologische noodzaak. Hij was geobsedeerd door het kwaad en meende dat het van jongs af aan in ons zit. Dat was de erfzonde, die volgens Augustinus verklaarde waarom we zo vaak iets doen waarvan we weten dat het verkeerd is. Wellicht zouden wij het verklaren vanuit ons reptielenbrein, het primitiefste en oudste deel van ons bewustzijn. De Bijbelse onderbouwing is flinterdun, zo niet afwezig

.

Vondel over de Zondeval


Graag besteed ik nog aandacht aan onze grote vaderlandse dichter Joost van den Vondel[xxiv]. Ook hij heeft zich hiermee beziggehouden. Zijn leven is getekend door het overlijden van zijn echtgenote, zijn moeder en diverse kinderen. Hij kwam hierdoor in een geloofscrisis. Hij had behoefte aan een leerstellig gezag dat de doopsgezinden ontbeerden. Hij trad toe tot de RK – Kerk. Hetgeen zijn Protestantse vrienden, zoals P.C. Hooft, hem niet in dank afnamen.

Gedurende deze periode ontwikkelde hij zich sterk als tragedieschrijver. Het leed van het overlijden van zijn zoon verwerkte Vondel in een nieuwe fase van scheppingsdrang. Vriendschap met een jongere generatie monterde zijn laatste jaren op.

 

Zo hield hij zich bezig met Augustinus. Vondel voorzag zijn toneelstuk Adam in Ballingschap”” [xxv] van een inleiding waarin hij uitlegde wat er allemaal niet klopte aan het pelagianisme[xxvi], maar zijn tijdgenoten herkenden dat de speeltekst gevaarlijk dicht bij ketterij kwam. Pas in de negentiende eeuw (sic) is dit treurspel voor het eerst opgevoerd.

Tekenend dus voor de macht van de kerk over de vrije meningsuiting…

 

Wat ik maar zeggen wil: er is bij mijn weten geen enkele oudheidkundige die Genesis 3 (over de zondeval) anders leest dan als verhaal over groei en zelfverwerkelijking.

Maar anno 2024 is dat niet voor iedere Christelijke geloofsgemeenschap een uitgemaakte zaak.






















Deze beelden spreken voor zich…





Trouw van 30 maart 2017[xxvii] besteedt aan dit onderwerp nog eens aandacht in het artikel “Gaat ‘Adam en Eva’ over de zonde?” Want het thema van de Boekenweek in dat jaar is 'verboden vruchten'. Het thema 'verboden vruchten' verwijst naar het Bijbelverhaal over Adam en Eva, waarin werd gegeten van de verboden boom. Wie de vruchten at zou kennis krijgen van goed en kwaad. Waarom wordt het verhaal over Adam en Eva vaak zo negatief gelezen?


 

Janneke Stegeman en Peter Nissen zeggen daar interessante dingen over.

 

"In de kerken wordt het vaak gelezen als een verhaal over de zonde en de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs na het eten van de verboden vrucht. Dat is een interpretatie die onder andere afkomstig is van Augustinus", zegt Janneke Stegeman, die Oud-Testamenticus is.

Ook Peter Nissen, hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en remonstrants predikant in Oosterbeek, wijst naar Augustinus.

Aurelius Augustinus is een theoloog uit de vierde eeuw die een immense invloed heeft gehad op de leer in de christelijke kerken en de manier waarop de Bijbel wordt gelezen, vandaar dat hij ook wel 'kerkvader' wordt genoemd. Hij stelde dat sinds Adam en Eva iedereen deelt in de schuld van dit eerste mensenpaar.


Volgens Nissen:

"De sombere lijn in het christendom, het negatieve denken over seksualiteit, het lichamelijke en het aardse, gaat grotendeels op Augustinus terug.

Hij heeft het Christendom belast met de erfzonde.

Dat concept kom je vóór hem eigenlijk helemaal niet tegen."


Augustinus' interpretatie over seksualiteit werkt tot op heden door. In het christendom is het verhaal over Adam en Eva gebruikt om een specifiek maatschappijbeeld te propageren, stelt Stegeman: "Het verhaal wordt in de kerken in verband gebracht met maagdelijkheid als ideaal en heteroseksualiteit als norm. Homo's en lesbiennes en anderen zijn met dit verhaal over Adam en Eva in de hand vaak buitengesloten. Dat gebeurt nog steeds."

Ze stelt een andere zienswijze voor. "Het verhaal over Adam en Eva die eten van de verboden vrucht lees ik als een verhaal over volwassen worden, geestelijke groei en ontwikkeling. Het verhaal gaat over een man en een vrouw die de echte wereld van keuzes, goed en kwaad, en seksualiteit ontdekken. Door van de verboden vrucht te eten, ontdekken ze het echte leven. Het paradijs is in deze interpretatie niet zozeer een ideale wereld, maar meer een saaie, bijna kinderlijke wereld zonder spanning en uitdaging. Het is een plaats die niet reëel is. Door het paradijs te verlaten komen Adam en Eva in een wereld waar echte keuzes moeten worden gemaakt."

Nissen: "Je kunt de Bijbel heel goed antropologisch lezen, als een verslag van de ontwikkeling van menselijke ontplooiing." Het verhaal over het vertrek van Adam en Eva uit het paradijs is in zijn ogen niet de enige geschiedenis die zich leent voor zo'n uitleg. Nissen noemt als voorbeeld de verhalen van de opwekking van Lazarus uit de dood en de wederopstanding van Jezus uit het graf. "Ze worden traditioneel gelezen als verhalen over de letterlijke verrijzenis uit het de dood. Ik zie het niet als een opstanding ná de dood, maar als opstanding vóór de dood. Deze verhalen gaan over mensen die vastlopen, die het niet meer zien zitten, maar toch een nieuw begin weten te maken."

Stegeman: "De Bijbel is een veelzijdig boek. Het wordt vaak gezien als een braaf en gezagsgetrouw boek. Terwijl ik denk dat de teksten ook vaak ontregelend zijn. De verschillende boeken spreken elkaar bijvoorbeeld tegen. Neem Jezus, we zien hem in de kerkelijke traditie vaak als vrome man, terwijl het iemand was die opruiend was en tegen het gezag van zijn tijd in ging. Hij zet aan tot verzet tegen de verhoudingen die onrecht in stand houden." 

Stegeman is geïnspireerd door de in 2009 overleden Amerikaanse theoloog Marcella Maria Althaus-Reid, die het begrip “indecent theology” [xxviii] introduceerde. "Het is een interpretatie die juist ingaat op de taboes die er zijn in de christelijke traditie.

Althaus wil die taboes ter discussie stellen, bijvoorbeeld op het gebied van de seksuele normen die het christendom hanteert. Bijbelteksten staan open voor verschillende en ook nieuwe interpretaties. Ze mogen niet stollen tot een normatief verhaal. Door voortdurende vernieuwing maak je de betekenis van de Bijbel relevant voor álle mensen."

Tot zover dit artikel uit TROUW.

 


Begrafenis ritueel in Madagascar heet “Famadihana” [xxix] -

 

Famadihana is een begrafenistraditie van de Malagasy volkeren van Madagaskar. Tijdens deze ceremonie, die bekend staat als het omdraaien van de botten, halen mensen de lichamen van hun voorouders uit de familiecrypten, wikkelen ze de lichamen in nieuwe doeken en herschrijven ze hun namen op de doeken zodat ze altijd herinnerd zullen worden. Daarna dansen ze op livemuziek terwijl ze de lijken boven hun hoofd dragen en lopen ze rond het graf voordat ze de lijken terugbrengen naar het familiegraf. Ze geloven in het vieren van het leven dat de dode geleefd heeft.

 

Slotconclusies

Graag wil ik nog een aantal punten benoemen die aansluiten bij mijn persoonlijke ontwikkeling en mijn zoektocht naar zin in relatie tot bovenstaande onderwerpen.

Ten eerste noem ik graag de naam van Pinchas Lapide. Hij was een joodse theoloog van Oostenrijkse afkomst en stond bekend om zijn kennis van het Nieuwe testament en zijn belangstelling voor de joods – christelijke dialoog.

Hij heeft een aantal zeer interessante boeken geschreven om het joodse karakter van het Nieuwe Testament onder de aandacht van een breder publiek te brengen. Deze schrijver heeft in de negentiger jaren van de vorige eeuw al mijn aandacht getrokken.


Toen was ik helemaal onderste boven over wat hij schreef. Uit een van zijn boeken “Het bezit van de waarheid: het einde van de dialoog” stamt onderstaande quote die grote indruk op mij heeft gemaakt:


Het is een vrome dwaling te geloven dat God van de Bijbel zich in woorden laat fixeren. Elk angstig zich vastklampen aan een enkel woord, formule of afbeelding is in de grond van de zaak ook een vergrijp jegens het Tweede Gebod - het verbod om iets te verabsoluteren, om het vervolgens in plaats van God of als goddelijk te vereren. Dat geldt ook voor de poging om God in woorden of beelden, die nooit recht kunnen doen aan zijn almacht, te vatten. “Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte (Ex. 20:9), dat geldt ook voor het schilderen met de taal en voor godsbeelden van alle typologieën."


In het licht van deze alinea hoort ook zijn bekende uitspraak: “Ketterij is een Bijbeltekst letterlijk nemen.


Hierbij sluit zijn volgende uitspraak bij aan:


“Liefde heeft een gezicht nodig. Ze ziet af van het abstracte van het onvatbare dat te abstract is, om een liefdevolle gestalte aan te nemen. Juist deze veelvormige en uitbundige rijkdom aan beelden is het die de bijbellezers er voor behoedt God slechts aan één woord op te hangen, om Hem tot een formule gebrachte definieerbare, ja zelfs manipuleerbare afgod te degraderen (sic!)."

Golven beuken tegen een vuurtoren tijdens een storm in Les Sables d'Olonne, Frankrijk, op 28 maart 2024 (The Atlantic)


Ten tweede wil ik stilstaan bij onze huidige turbulente en onzekere tijden die eigenlijk na Coronatijd over ons zijn uitgestort. Bovenstaande foto geeft een goed beeld hoe ik mij persoonlijk in deze verwarrende tijden vaak voel. En ik zie voor mijzelf een relatie tussen populisme en religie. De huidige politieke ontwikkelingen en religieuze opvattingen in het orthodoxe spectrum lijken in bepaalde opzichten op elkaar.


Bij rechts populisme valt op dat het opkloppen van een vijandsbeeld zeer geschikt is om beleidsleegte te vullen. Dat heb ik ook ervaren in kerkelijke verhoudingen. En het is een steeds terugkerend fenomeen in de politiek van heden en uit vroegere tijden. Als je hierdoor aandacht genereert - door anderen te verketteren - is het moeilijk deze strategie op te geven. Omdat je die leegte door iets anders verbindend moet invullen.


Dat laatste is een vorm van verandering ten goede, gericht op de ander en niet alleen op jezelf of je eigen groep. Dat betekent dat je afscheid moet nemen van de basis van onvrede en de belofte van afrekening waar eerst mensen voor werden gemobiliseerd. Als je dat niet doet en blijf je in je oude stramien steken, En een groot onderdeel daarvan is een pasklaar reddingsplan voor jezelf en jouw groep creëren. In dergelijke systemen van vijandsbeelden en beleidsleegten wordt eigenlijk alles van bovenaf ingevuld.


Je kunt deze gedachten in de politiek een op een op geloofsgroeperingen projecteren die vooral hun focus op chiliasme leggen. God of de grote roerganger heeft zijn stempel en handtekening er ondergezet, is hun gedachtegang. Terwijl deze strategie berust op luchtfietserij en theologische leegte. Een leegte die hoofdzakelijk gevuld wordt met sociale contacten. Waar overigens niets mis mee is, als tenminste de pretenties niet torenhoog zijn. Laat dat duidelijk zijn.


Dat alles staat nog los van de vraag wie deze geestelijke leiders de autoriteit daartoe heeft gegeven.  Een hogere macht of de mens zelf? Dat kan dus ook tot Godslastering leiden zoals Lapide stelt. En in de politiek tot een afbraak van democratische instituties. Weimar en Auschwitz zijn dan weer gevaarlijk dichtbij. Je ziet deze politieke verrechtsing steeds meer optreden in de huidige politieke constellaties in Europa en daarbuiten.


Ik noem de “asielcrisis” als voorbeeld voor de strategie van het opkloppen van een vijandsbeeld en het vullen met beleidsleegte. De actualiteit van de asielcrisis is in Europa momenteel erg groot. Deze crisis is in Nederland naar mijn mening in ieder geval verzonnen en gecreëerd. Maar waarschijnlijk geldt dat voor meerdere landen. Het is sowieso een juridische truc om eerst paniek te zaaien en vervolgens daadkracht te suggereren. Wordt het socialistische principe van solidariteit daarbij overboord gezet?

Daarnaast belooft het komende kabinet in ons land in economisch opzicht voor bepaalde groepen in de samenleving rozengeur en maneschijn en worden aantrekkelijke “worsten” voorgehouden. Typisch mooi - weer – begroten heet dat. Pijnlijke keuzes zijn daarbij niet aan de orde.  

Die rozengeur geldt overigens alleen voor de eigen volksgemeenschap. Niet voor elke bewoner in ons land. Het klinkt eveneens nogal naïef. Want regeringen zullen toch ooit pijnlijke beslissingen moeten nemen.


Vergelijkbare denkwijzen gelden ook voor bepaalde bevindelijke geloofsgemeenschappen. Is geprogrammeerd heil aanbieden vanaf de wieg tot het einde van het  Duizendjarig Vrederijk (zie boek Openbaring) wel in de lijn met hetgeen Jezus van Nazareth heeft  gepredikt?

Of zijn er zoveel toevoegingen of weglatingen dat je kunt spreken van uitgesproken wishful thinking?  


En straalt zo’n religieus toekomst perspectief voor de mensheid juist die exclusiviteit uit, die men zegt te willen vermijden? Want het aangeboden heil is – naar ik begrijp - maar via één kanaal verkrijgbaar.


Wordt een eigen inbreng nog wel op prijs gesteld? Alle andere wegen via algemene Christelijke of niet-Christelijke wegen worden dan bij voorbaat uitgesloten. Oftewel de vervangingstheologie werkt kennelijk ook hier optimaal. Is de ingeslagen weg van meer openheid en ondersteuning van de oecumenische gedachte met andere Christelijke kerken dan weer verlaten? Of was dat alleen maar een façade voor de buitenwacht?


Of is de uitspraak van Herman Finkers in dit verband dan toch van betekenis? “Iets kan zijn verzonnen en daardoor juist bestaan. Dat soms iets niet verzonnen is neemt men zo maar aan.”


Maar voor mij blijft het schuren omdat deze stellingname niet in overeenstemming te brengen is met een rechtvaardige opperrechter die wij God noemen.


Met deze vragen wil ik alleen maar aangeven dat ik afstand neem van dergelijke opvattingen. Zowel politiek maatschappelijk als religieus. In beide gevallen zijn namelijk navolging en (geloofs)gehoorzaamheid tot deugd verheven. Waar blijft dan de zo belangrijke dialoog tussen mensen onderling met respect voor ieders opvatting? De polarisatie neemt alleen maar toe. En beelden uit de duistere tijden van de jaren ’30 van de vorige eeuw komen weer op mijn netvlies.


In mijn perspectief leidt verkettering van de ander en/of exclusiviteit van een selecte groep tot discriminatie en racisme met alle gevolgen voor een neerwaartse spiraal dat kan leiden tot dehumaniseren zoals in het derde punt wordt beschreven.


Kan ik mijn vragen en zorgen enigszins onderbouwen? Lees kwaliteitskranten uit binnen- en buitenland. Zoals een essay van Hans Kundnani[xxx] in de New York Times van 13 december 2023 en een interview met hem in de Groene Amsterdammer[xxxi] van 23 mei 2024 en de Pinksterdienst 2024 van de hoogste leider uit mijn vroegere geloofsgemeenschap[xxxii]. Het oordeel laat ik graag aan de lezer over.

 


Balinezen voeren een rituele dans uit tijdens een parade van beeltenissen die bekend staan als “ogoh-ogoh”, die het kwaad symboliseren, voorafgaand aan een parade op de Dag van de Stilte, ook bekend als Nyepi, in Denpasar, op het vakantie-eiland Bali in Indonesië, op 1 maart 2024. (The Atlantic)

 

En ten derde: In het internet magazine “De Kanttekening” schrijft de criminoloog en universitair docent aan de UVA Yarin Eski over dehumaniseren.[xxxiii] Volgens hem is elk mens daartoe in staat.

 

Als dat zo in ons bloed zit, kun je bij zowel politieke als religieuze opvattingen ook in die val van uitsluiten trappen. Met respectievelijke opvattingen als “Europa alleen voor witte mensen” en “Wij zijn het uitverkoren volk. Wij zijn de Eerstelingen die met Christus duizend jaar mogen regeren”.

 

En aan de hand van dit artikel van Eski kunnen we misschien het begrip erfzonde van Aurelius Augustinus beter begrijpen en zocht hij naar een oplossing middels een ritueel gebaar als de waterdoop deze dreiging van het Grote Kwaad in elk mens te bezweren.

 





WEBLOG GJS 2024 02 Die Grosse Geschichte Wie steht es mit dem Sündenfall und der Erbsünde
.
Download • 1.13MB





WEBLOG GJS 2024 02 The Big Story How about Fall and Original Sin 300524 DEF II en-GB
.pdf
Download PDF • 1.12MB

___________________________________________

[xii] Graag maak ik de lezer erop attent dat de term 'Drie-eenheid' niet in de Bijbel voorkomt. Ook een theologie inzake de Drie-eenheid als zodanig wordt niet in de Bijbel aangetroffen. Wel bevatten zowel het Oude als het Nieuwe Testament aanwijzingen en formuleringen inzake de goddelijkheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest die de interpretatie ten gunste van een Drie-eenheid ondersteunen. Maar met evenzoveel argumenten kan ook het tegendeel worden beweerd en dat dit begrip verworpen kan worden. Daarnaast kan worden aangevoerd dat teksten uit de Evangeliën het tegendeel beweren. Zie Johannes 14:28: "Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar de Vader ga, want de Vader is meer dan ik." en in Marcus 10:18: "Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen." Jezus wordt sprekend ingevoerd in Johannes 20:17: "Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God".

[xiii] “Op weg naar de Hemel, God en mens in de Middeleeuwen” van Ludo Jongen; Uitg. Sterck & De Vreese 2021

[xxiii] Jona Lendering – schrijver blog “Mainze beobachter” geeft een uitleg:

Een van de bekendste verhalen uit Augustinus’ Belijdenissen is een jeugdherinnering aan de diefstal van wat peren. Samengevat komt het erop neer dat de toekomstige bisschop van Hippo vertelt hoe hij met de opgeschoten jeugd van Thagaste (het huidige Souk Ahras)  aan het spelen was toen ze naast de wijngaard van Augustinus’ familie een boom zagen vol rijpe peren. De jongens vonden de vruchten er niet bijster smakelijk uitzien maar besloten ze toch te gappen.

Zogezegd, zo gedaan, maar de peren smaakten zo beroerd als ze eruitzagen, dus voerden ze die maar aan de varkens. “We deden het alleen omdat we zin hadden iets te doen dat verboden was”, schrijft Augustinus, die vervolgens een jammerklacht aanheft waarin allerlei Bijbelpassages doorklinken. Die vorm is minder vreemd dan het lijkt – de man dacht nu eenmaal in Bijbeltermen en de ene allusie riep de volgende op. Wie de Belijdenissen leest, went er wel aan. Wat ik echter vreemd vind, is dat Augustinus vele jaren na de gebeurtenissen, toen hij al midden veertig was, er nog steeds oprecht ontdaan door lijkt te zijn. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit over de diefstal van sesamkoekjes op winkelcentrum Anklaar in Apeldoorn zal schrijven dat het schandelijk was, dat ik ervan hield, dat ik hield van ten gronde gaan, dat ik mijn ondergang beminde. Augustinus heeft voor zulk overdadig rouwbeklag genoeg aan een perelaar.

De makkelijke oplossing is dat Augustinus gewoon een serieuze jongeman was. Zeg maar (zoals een bevriende Augustinuskenner het ooit typeerde) de stille, in zichzelf gekeerde jongen die in de klas op de voorste bank zit, ietwat schuchter, geen held bij gymnastiek maar wel met een goed rapport, verder denkend dan al zijn klasgenoten. Het is een type waarin je je kunt “einfühlen” en ik denk dat deze verklaring minimaal een deel van het hele verhaal vormt.

Er is echter meer aan de hand. We vinden deze anekdote op het moment in zijn autobiografie waarop Augustinus de jaren des onderscheids nadert. Hij krijgt kennis van goed en kwaad en, bijbels denkend als hij is, associeert dat meteen met het plukken van een vrucht van de boom der kennis. Een jeugdherinnering aan een perendiefstal was méér dan kattenkwaad, het was een uitdrukking om te zeggen dat hij zijn persoonlijke Genesis had beleefd.

Er is echter nóg iets aan de hand. Een van de basisgedachten in Augustinus’ theologie is dat de mens, doordat Adam en Eva in de Tuin van Eden van de verboden vrucht hadden gegeten, zijn oorspronkelijke volmaaktheid had verloren. Latere generaties hadden deze imperfectie geërfd en verkeerden dus vanaf hun geboorte in een staat van zondigheid. Mensen zouden daardoor nooit in de hemel kunnen komen, maar door de kruisdood van Christus was deze erfzonde weggenomen en was het voor mensen die waren gedoopt opnieuw mogelijk vooruit te zien naar een mooi hiernamaals. (Uiteraard konden mensen het daarna evengoed verprutsen.)

Augustinus, die op het moment van de perendiefstal nog niet was gedoopt, worstelde met zijn slechte neigingen.

Ik wilde een diefstal begaan. Ik stal niet omdat ik werd gedreven door armoede of gebrek, maar doordat ik een afkeer had van rechtvaardigheid en overvloeide van het kwaad.

Zo geformuleerd is het een somber mensbeeld, maar het staat ten dienste van een optimistisch geloof dat mensen kunnen veranderen, tot inkeer kunnen komen en kunnen worden gered.

[xxxii] Enkele quotes uit de Pinksterdienst van Stamapostel JL Schneider der Nieuw-Apostolische kerk op Zondag 19 mei 2024 in Luzern met als leidraad weergegeven in twee versies.


De eerste versie:

“Ons leven bouwen op het fundament”.

“Laten we ons concentreren op de basiselementen van ons geloof!” spoorde Stamapostel Jean-Luc Schneider de gelovigen aan tijdens de Pinksterdienst 2024.

 Wat dat precies betekent en hoe het werkt, legde hij verder uit.

 

“Maar u, geliefden, bouwt u op uw allerheiligst geloof, bidt in de Heilige Geest.” Dit Bijbelwoord uit Judas 20 gebruikte de Stamapostel voor zijn preek in Luzern, Zwitserland, op 19 mei 2024.

 

Hij legde de context uit. In de decennia na het bijbelse Pinkstergebeuren kwamen er nieuwe leringen. De brief van Judas vermaant de gelovigen om deze leringen af te wijzen en om stil te staan bij de leer van de apostelen. Ook vandaag de dag komen er valse leerstellingen naar voren die we moeten verwerpen, aldus de Stamapostel. “Maar daar gaat het nu niet om”, aldus de Stamapostel over een gevaarlijke ontwikkeling.

 

Een waardevolle mix

“De boodschap vandaag is: we moeten niet alleen in de boodschap van de Apostelen geloven, maar er ook ons leven op bouwen.” Maar wat kan worden waargenomen is dat geloof soms alleen wordt gezien als iets theoretisch, en niet meer wordt opgenomen in het dagelijks leven. “Dit is gevaarlijk voor onze redding.”

 

Waarom worden we zwak in geloof? De Stamapostel ziet twee redenen: Er is teleurstelling dat wat we hebben geloofd niet is vervuld. En er is onzekerheid wanneer het onderwijs en de prediking veranderen.

 

“Ons persoonlijk geloof is complex”, legt hij uit. Ons geloof is gebaseerd op de Bijbel, op onze eigen opvoeding, op de ervaringen die we hebben gehad, op de preek met zijn interpretaties, op beelden en verhalen en op de beloften die we hebben gehoord. “Een mooie mix, heel waardevol.” Maar: “Dit alles is niet gelijk te stellen aan het allerheiligste geloof”, waarover de Bijbeltekst spreekt.

 

De kern van ons geloof

Stamapostel Schneider schetste verder wat dit allerheiligste geloof eigenlijk is:

 

“Wij geloven in God, de Schepper. Voor Hem is niets onmogelijk. Hij kan alles doen wat Hij wil.

“Wij geloven in Jezus Christus, in zijn dood, verrijzenis, hemelvaart en wederkomst. Hij heeft ons geopenbaard: God is liefde. Hij wil dat alle mensen gered worden.”

“Wij geloven in de Heilige Geest. God werkt vandaag op aarde door de Heilige Geest. We kunnen Hem niet zien, maar we kunnen Zijn activiteit waarnemen.”

“Wij geloven in eeuwig leven, in het heil dat God zal geven: eeuwige gemeenschap met God.” Zij die dat willen kunnen dit al verkrijgen bij de wederkomst van Christus, alle anderen in het vrederijk.

“De kerk van Christus, de sacramenten en de door Jezus gezonden apostelen zijn noodzakelijk voor verlossing.

Valt je iets op? vroeg de Stamapostel: In de laatste decennia is er niets veranderd."

 

De elementen van de beslissing

“Laten we ons leven op dit fundament bouwen”, riep de Stamapostel op. Laat deze vijf elementen onze beslissingen in het dagelijks leven bepalen, raadde hij aan:

 

“Ik denk zo, dat zeggen de meeste mensen. Maar wat Jezus Christus zegt, is voor mij belangrijker dan al het andere. Het woord van God moet mijn leven bepalen.”

“Wat er ook gebeurt, ik vertrouw op Gods almacht en Gods liefde.”

“Ik streef eerst naar het eeuwige leven, naar mijn persoonlijke gemeenschap met God - in de hemel voor altijd, maar ook vandaag.”

“Ik wil me houden aan het tweevoudige liefdesgebod: liefde voor God en liefde voor mijn naaste. Wat ik doe, doe ik uit liefde en dankbaarheid en niet op basis van berekening.”

“Bovenal is de Kerk er voor onze verlossing. Al het andere is secundair. En als er iets mis is in die secundaire zaken, dan mag me dat er niet van weerhouden om naar de kerk te gaan.”

“Dat is ons geloof, daar willen wij aan vasthouden”, zei de Stamapostel tot slot. “Laten we ons concentreren op de basiselementen van ons geloof!”


Deze tekst is ook te vinden via onderstaande link:

     

En de tweede versie van dezelfde Pinksterdienst in Luzern zoals beschreven op de website van de Nieuw – Apostolische Kerk in Nederland:

 

Op zondag 19 mei 2024 hield stamapostel Jean-Luc Schneider een dienst in Luzern (CH) die live werd uitgezonden.

Alle districtsapostelen van de wereld en hun helpers namen deel aan de dienst op deze Pinksterzondag, waarvoor de stamapostel het Bijbelwoord uit Judas 20 gebruikte: “Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest”.


Vandaag de dag wordt het geloof vaker in theorie beschouwd, maar minder vaak in de praktijk beleefd, zo stelde de stamapostel. Gelovigen reageren nogal eens teleurgesteld en onzeker op veranderingen in de kerk. “Dit is gevaarlijk voor ons heil”, waarschuwde de stamapostel.


Waarom worden mensen zwak in hun geloof? De stamapostel ziet twee redenen: aan de ene kant teleurstelling dat wat men heeft geloofd niet is uitgekomen en aan de andere kant onzekerheid wanneer de leer en de prediking veranderen.


“Ons persoonlijk geloof is gelaagd,” legde hij uit. Het is gebaseerd op de Bijbel, onze eigen opvoeding, de ervaringen die we hebben gehad, de prediking met zijn interpretaties, beelden en verhalen en de beloften die we hebben gehoord. “Een mooie mix, heel waardevol.” Maar: “Niets van dit alles kan gelijkgesteld worden aan het allerheiligste geloof”, waarover de Bijbeltekst spreekt. Het is belangrijk om hierover na te denken en het in je eigen leven op te nemen.


De stamapostel schetste het geloof in de Almachtige God, in het evangelie van Jezus Christus, in de werkzaamheid van de Heilige Geest, in het eeuwige leven in gemeenschap met God en in de Kerk van Christus, de sacramenten en de door Jezus gezonden apostelen als de basiselementen van het geloof.


Hij raadde aan om je leven op dit fundament te bouwen en hij noemde vijf elementen die onze beslissingen in het dagelijks leven moeten bepalen:

•            “Wat Jezus Christus zegt, is voor mij belangrijker dan al het andere.”

•            “Ik vertrouw op de almacht van God en de liefde van God.”

•             "Ik zoek eerst het eeuwige leven." – de eeuwige levensgemeenschap met God.

•             "Ik wil het dubbele gebod van de liefde houden." (Vgl. Matteüs 22:37-39)

•             "De kerk is er in de eerste plaats voor onze verlossing. Al het andere is secundair."

 

“Ons leven bouwen op het fundament”.

“Laten we ons concentreren op de basiselementen van ons geloof!” spoorde Stamapostel Jean-Luc Schneider de gelovigen aan tijdens de Pinksterdienst 2024.

 Wat dat precies betekent en hoe het werkt, legde hij verder uit.

 

“Maar u, geliefden, bouwt u op uw allerheiligst geloof, bidt in de Heilige Geest.” Dit Bijbelwoord uit Judas 20 gebruikte de Stamapostel voor zijn preek in Luzern, Zwitserland, op 19 mei 2024.

 

Hij legde de context uit. In de decennia na het bijbelse Pinkstergebeuren kwamen er nieuwe leringen. De brief van Judas vermaant de gelovigen om deze leringen af te wijzen en om stil te staan bij de leer van de apostelen. Ook vandaag de dag komen er valse leerstellingen naar voren die we moeten verwerpen, aldus de Stamapostel. “Maar daar gaat het nu niet om”, aldus de Stamapostel over een gevaarlijke ontwikkeling.

 

En tot slot nodigt het Bijbelgedeelte ons uit om te bidden in de Heilige Geest. “Versterk mijn geloof, versterk mijn liefde”, vatte stamapostel Schneider deze gedachte samen.

De prediking werd aangevuld met bijdragen van de districtsapostelen Enrique Eduardo Minio (Argentinië) en Edy Isnugroho (Zuid-Oost Azie/Indonesië). Aansluitend werd het Heilig Avondmaal gevierd en afsluitend het Heilig Avondmaal voor de ontslapenen.


 

 



255 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments

Rated 0 out of 5 stars.
No ratings yet

Add a rating
Post: Blog2_Post
bottom of page