top of page

Het Grote Verhaal 2026 - 01

Bijgewerkt op: 6 uur geleden

HIERNAMAALS EN OPSTANDING

 

                                                                                           Onderweg-zijn, april 2026

Beste lezer,

 

Inmiddels zijn we ruim anderhalf jaar verder nadat mijn laatste blog over “Hemel of Hel” is gepubliceerd. Aan mijn trouwe lezers voel ik mij verplicht enige tekst en uitleg hiervoor te geven. In deze periode heb ik zeker niet stil gezeten. En ik  was inmiddels ook al begonnen aan mijn project “Het Grote Verhaal”.  Maar ik heb aan mijzelf gemerkt dat na de afsluiting van mijn ervaringen in de kerk waarin ik ben opgegroeid een fase nodig heb gehad om dat alles te laten bezinken en een plek in mijn ziel kon krijgen. Sinds enige tijd voel ik steeds meer dat die periode grotendeels is afgesloten. Ik zeg expres grotendeels. Want ik kan niet in de toekomst kijken. En het heeft een groot deel van mijn leven bepaald. Het is een grote leerschool voor mij geweest. Ik heb zeker grote deuken opgelopen. Er zijn zo nu en dan nog pijnpunten. Maar het beheerst niet langer meer mijn leven.  En ik stel vast dat er ook hele bijzondere momenten zijn geweest waar ik met grote dankbaarheid op terugblik.

Graag wil ik ook benadrukken dat we als mens allemaal onze kwetsuren in ons leven hebben opgelopen. Soms met de beste bedoelingen. Bijvoorbeeld door het geloof van onze ouders en anderen. Zoals zij ook gehavend zijn door het leven. Ieder van ons krijgt van alles mee. Ongevraagd en onschuldig. Als een pijnlijke erfenis. Allemaal, zonder uitzondering, zijn we bekrast en gedeukt. Je ontkomt er ook niet aan. Dit perspectief neem ik ook mee in dit verhaal.

 

Kyiv, Ukraine - St Michael’s golden-domed monastery on Palm Sunday, the beginning of Holy Week in the Orthodox church Photograph: Martyn Aim/Getty Images

 

Ik heb natuurlijk binnen deze geloofsgemeenschap ook mijn rol gehad. En ben me meer bewust geworden van mijn eigen strevingen. Strevingen naar modernisering. Zoals meer aansluiting zoeken bij algemeen Christelijke kerken. Die strevingen hadden zeker ook met mijn eigen machtsdenken te maken. Daar heb ik de meeste pijn van ervaren. Namelijk door ontkenning en onderwerping aan de geloofsleer heb ik anderen mogelijk beschadigd. Dat heeft mij de meeste pijn gegeven. Dat de structuur van de kerk vast lag, en de geloofsleer in beton gegoten was, kan en mag ik niet als excuus aanvoeren. Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn moreel denken en handelen.

 

Intermezzo 1:

 

Jij nabij. Mijn zuchten hoorde jij.

Roerloos dobberend stuurde jij mij weer waar

ik ook ging de wereld in, jij liet mij niet los.

Jij nabij.

Jij nabij.

 

Tekst van L. van Tongeren, naar Augustinus

 

In het naschouwen stel ik vast dat er binnen de kerk wel aan de structuur het een en ander is veranderd. Als ik de catechismus als ijkpunt neem, kan ik niet vaststellen dat er iets is veranderd aan de geloofsleer. Een belangrijk aspect aan een geloofsgemeenschap is het sociale leven. Voor velen in deze geloofsgemeenschap – en ook in andere kerken -  is dit aspect van onschatbare waarde. Voor velen ligt het sociale netwerk binnen deze geloofsgemeenschap. Eenieder mag voor zichzelf vaststellen wat zwaarder weegt. Het sociale leven of de geloofsleer.

Dit gezegd hebbende, wil ik de draad van mijn blog weer oppakken. Zoals gezegd is de grote lijn reeds vastgelegd in mijn onderzoek naar het “Het Grote Verhaal”  in de drie monotheïstische godsdiensten (ook wel Abrahamitische godsdiensten genoemd). Of een dergelijk groot verhaal werkelijk bestaat is nog maar de hele grote vraag. Of berust dit grote verhaal louter op aannames? Er zijn zeker onderzoeken bekend die een andere kijk op een of meerdere verhalen werpen. Daar zal ik dan ook het een en ander over vertellen.  At last but not least rijst de vraag hoe je bepaalde bijbelteksten zou moeten uitleggen.  In de verschillende denominaties zijn er verschillende uitlegtradities afhankelijk van hun leerstellingen. Het is zeker heel interessant om daarbij stil te staan.

Zo heb ik een korte schets gegeven van wat u als lezer kunt verwachten. Opmerkingen of vragen zijn van harte welkom. Ter geruststelling zij vermeld dat dit blog geen droog verhaal wordt. Elke hoofdstuk wordt versierd met passende beelden en zo mogelijk met een gedicht.

 

Daarbij wil ik opmerken dat mijn bijdragen alleen een “Denkanstosse” wil zijn.  Het zijn mijn diepere persoonlijke meningen, die versterkt zijn na het lezen van meerdere artikelen en boeken over deze onderwerpen. Uiteraard respecteer ik ieders persoonlijke opvattingen en ik wil niemand in zijn of haar overtuiging kwetsen.

 

In mijn vorige blog heb ik toegezegd in de volgende edities te zullen spreken over “Hiernamaals en Opstandig”. Dat is een logische vervolgstap. Aangezien wij nu in de Paastijd leven maak ik een begin met de Opstanding.   


 

Taybeh, West Bank - Altar servers collect offerings at the Orthodox Palm Sunday mass at the Latin Church in the mostly Christian town of Taybeh - Photograph: Zain Jaafar/AFP/Getty Images

 

Voortaan zal ik bij elk nieuw blog de laatste quote of het laatste gedicht laten terugkomen in het nieuwe blog. In het vorige blog stond ik bij de dichteres Wislawa Szymborska. Zij schreef dit gedicht aan het einde van de 20e eeuw.

 

Actualiteit

‘Het is geen tijdperk van verandering, Het is een verandering van tijdperk’ zegt hoogleraar transitie kunde Jan Rotmans. Hij is niet de enige. Er gaat geen dag voorbij of iemand zegt dat we in roerige tijden leven. Waar oude en vertrouwde systemen over boord worden gezet.  Zij maken plaats voor verwarring en ontregeling. Het roept de vraag op wat geschiedenis tot geschiedenis maakt. Er zijn opkomende machten, verschuivende wereldorden, veranderen de grenzen, enzovoort. Misschien dat geschiedenis wordt bepaald door wie geschiedenis maakt. Als West Europese babyboomers zijn wij altijd nog verschoond gebleven van oorlogen. Maar we kunnen niet ontkennen dat er zich toch wel donkere wolken samenpakken boven het oude Europa, in religieuze termen ook wel aangeduid als het Avondland[i].

 

Daarom is het aangrijpend gedicht van Symborska nog steeds zo actueel:

 

‘Domheid is niet komisch. Wijsheid is niet vrolijk.’

De eeuw loopt ten einde

Hij zou beter zijn dan de vorige eeuwen, onze twintigste.

Dat kan hij niet meer waar maken,

zijn jaren zijn geteld,

zijn tred is wankel,

zijn adem kort. 

 

Er is al te veel gebeurd

wat niet had mogen gebeuren,

en wat had moeten beginnen,

is niet begonnen. 

 

De lente zou aanbreken,

en het geluk, onder andere. 

De vrees zou stad en land verlaten.

En eerder dan de leugen zou de waarheid

haar bestemming bereiken. 

Bepaalde rampen zouden

niet meer plaatsvinden,

oorlog bijvoorbeeld,

en honger, enzovoort. 

De weerloosheid der weerlozen,

het goede vertrouwen en dergelijke

zouden worden gerespecteerd. 

Wie vreugde uit de wereld wilde putten,

staat nu voor een taak

die onuitvoerbaar is. 

 

Domheid is niet komisch. 

Wijsheid is niet vrolijk.

De hoop

is niet meer dat jonge meisje

et cetera, helaas. 

God zou eindelijk gaan geloven in een mens

die goed en sterk is,

maar goed en sterk

zijn nog steeds twee mensen. 

Hoe moet ik leven - las ik in een brief van iemand

aan wie ik van plan was

hetzelfde te vragen. 

Opnieuw en als altijd zijn er,

zoals u hierboven kunt zien,

geen dringender vragen

dan naïeve vragen. 

 

 

 

Maar toch heb ik geleerd om te blijven hopen ondanks alles. Bepaalde zaken hebben nu eenmaal hun tijd nog. Soms komt de invulling van dromen pas in een volgende generatie. Of zelfs een aantal generaties later. Wij kunnen ons nu eenmaal niet buiten de eenentwintigste eeuw plaatsen en verplaatsen naar een wereld van duizend jaar later. Wij leven in het hier en nu - en niet in de eeuwigheid. Je hebt generaties nodig voor de opbouw of herstel van een democratisch bestel. Waar mensen in vrijheid geboren kunnen worden om (weer) een vrije samenleving op te bouwen. Bomen hebben ook tijd nodig om te groeien. Voor de milieu en klimaatproblemen gingen seizoenen onmerkbaar in elkaar over. De dag vloeit over in de nacht. Processen kosten tijd en er is geen kortere tijd.

Als inleiding op dit blog haal ik nog weer het prachtige beeld van Marc Chagall van stal. We vieren nu met elkaar het Paasfeest. Waar in mijn optiek de gedachtenis aan Jezus van Nazareth centraal staat. Hij is het grote voorbeeld geweest van bevrijding in de meest letterlijke betekenis van het woord. Niet alleen voor tweeduizend jaar geleden. Maar ook voor nu. In de loop van 20 eeuwen is die bevrijding eindeloos vaak de grond ingetrapt. Zelfs in naam van die Ene, die wij God noemen. Voor wie wij Geen Objectieve Definitie (=GOD) hebben. Marc Chagall neemt ons mee naar de nacht van 9 op 10 november 1938. Daar vond in nazi-Duitsland en in Oostenrijk de zogeheten ‘Rijkskristalnacht’ plaats. Een pogrom van ongekende omvang. Winkels en bedrijven van Joden werden vernield, synagogen in brand gestoken, Torarollen op straat geslingerd en vertrapt. Geen enkele regering toonde een spoor van verontwaardiging en woede, ook het Nederlandse kabinet hulde zich in ijzig stilzwijgen.

Er zijn in die tijd geloofsgemeenschappen geweest die zich onttrokken hebben aan hun morele verantwoordelijkheid en de gelovigen leerden: “Onze geloofsgemeente doet niet aan politiek en wij blijven neutraal”. Het was slechts een excuus om weg te kijken. Zij hebben zelfs tot aan de dag van vandaag geweigerd onafhankelijke wetenschappers toe te laten tot hun archieven. Het is niet uit te sluiten dat belastend materiaal al veel langer geleden is vernietigd. In een dergelijke geloofsgemeenschap kan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan dus zonder het schaamrood op de kaken onmogelijk verkondigd worden.

 


De Joods-Russische schilder Marc Chagall maakte in dat jaar 1938 bovenstaand schilderij “De witte kruisiging” uit protest tegen de Rijkskristalnacht. Aafke Rijken[ii] uit de protestantse Gemeente Veenendaal schrijft hierbij het volgende: “Opvallend is het spaarzame gebruik van kleuren. Het schilderij is bedoeld om het lijden van het joodse volk te laten zien. Prominent aanwezig is de joodse Jezus aan het kruis: in een baan van hemels licht met de joodse gebedsmantel als een lendendoek om hem heen geslagen. Daaromheen: de drie aartsvaders, die met Rachel wenen, haar met bloed besmeurde mantel. Oprukkende bolsjewieken, een brandende synagoge, een Jood op de vlucht, een brandend dorp, een boot vol vluchtelingen, een weggesmeten Torarol, een vluchtende moeder met kind. Maar ook de menora als symbool van Gods aanwezigheid en de ladder als verbinding tussen hemel en aarde. Beiden tekenen van hoop in de chaos. Op dit schilderij heeft Chagall Jezus afgebeeld als zoon van zijn volk. Dat zoveel heeft moeten lijden. Jezus is door Chagall vaak geschilderd. Voor hem heeft Christus altijd de joodse martelaar gesymboliseerd. In bepaalde joodse kringen vond men in die tijd dat Jezus niet (alleen) aan de christenen, maar aan de Joden toebehoort. (“Heimholung Jesu”) Chagall zwoer dat hij na de Kristalnacht nooit weer een voet in Duitsland zou zetten. Toch heeft hij zijn laatste kunstwerk gemaakt voor de St. Stefan in Mainz. Een grootse daad van verzoening.

OPSTANDING – RESURRECTION – AUFERSTEHUNG – RÉSURRECTION

 

Ter inleiding geef ik hier de integrale tekst uit Wikipedia weer met hier en daar mijn commentaar. Hierbij moge duidelijk zijn hoe vele voorbeelden van het begrip “opstanding” mogelijk zijn.

Er bestaat geen eenduidige universele waarheid op dit terrein.

Onder opstanding of verrijzenis wordt het herrijzen van een persoon uit de dood verstaan. In de drie Abrahamitische religies – (Jodendom, christendom en islam) bestaat de opvatting dat er een algemene opstanding van de mensheid uit de dood zal plaatsvinden aan het einde van de wereld, het einde der tijden. Op de dag des oordeels zullen "alle mensen" die vanaf de eerste mens Adam zijn gestorven, weer herrijzen om door God geoordeeld te worden. Dit is de algemene opstanding van de mensen als de kosmos vergaat. In het vroege christendom wordt echter meestal gesproken van de opstanding van de ziel, als de 'oude mens' transformeert in de 'nieuwe mens'.


Het begrip opstanding en zijn oorsprong

De woorden 'opstanding' en 'opstaan' en de voorstelling van de herrijzenis van een mens uit de dood komen het meest voor in het christendom, omdat voor christenen de dood en opstanding van Jezus Christus een centraal thema is. Jezus en zijn eerste volgelingen geloofden net als sommige andere Joden dat er een opstanding van de doden zou plaatsvinden. Dit geloof ontstond in de derde of tweede eeuw voor Christus in de tijd van de Seleuciden[iii] en was waarschijnlijk een intern-Joodse ontwikkeling in reactie op vervolging door de Seleucidische machthebbers.

In een visie dient er bij het begrip opstanding onderscheid te worden gemaakt tussen tijdelijke opstanding en eschatologische[iv] opstanding. Bij een tijdelijke opstanding keert een gestorven mens weer terug in het aardse leven, maar deze blijft sterfelijk. Deze vorm van opstanding is meestal het werk van een wonderdoener of een god en komt voor in mythen en legenden uit allerlei tijden en plaatsen. De eschatologische opstanding is met name kenmerkend voor (grote delen van) drie Abrahamitische religies en wordt geplaatst aan het einde van de geschiedenis (het eschaton[v]). De doden die dan opstaan ondergaan een (lichamelijke) omvorming zodat ze onsterfelijk en onvergankelijk worden. Volgens de apostel Paulus is de opstanding van Jezus Christus het eerste geval van de eschatologische opstanding, dat de algemene opstanding van de gelovigen inluidde (1 Korintiërs 15:20-28).

Augustinus en andere vroegchristelijke auteurs maken echter een ander onderscheid: die tussen de opstanding van de ziel aan de eindtijd (het eschaton[vi]) van de 'oude mens' op diens eigen Dag van de Heer of de Dag des Oordeels[vii] en de algemene opstanding van het lichaam van de mensen op de Dag van de Heer of de Dag des Oordeels als de kosmos vergaat. Augustinus schrijft hierover dat de opstanding van de ziel de tweede dood verhindert. Deze eerste opstanding is de definitieve verandering in de ‘nieuwe mens’ na de 'dood' van de ‘oude mens’. Bij dit proces kan het gebeuren dat de mens sterft, maar deze kan de dood van de eigen 'oude mens' ook overleven. Dit is de ultieme verlichting. Dan is de christen veranderd in een martelaar (martyr) en heeft voor de eigen ziel de garantie ontvangen van een eeuwig leven in het paradijs.

Laatste Oordeel. 15e eeuw. Afkomstig uit Très Riches Heures du duc de Berry.[viii]


Godsdiensthistorische vergelijking:

In godsdiensthistorische[ix] vergelijkingen kan het begrip 'opstanding' misleidend werken, omdat dan allerlei verschijnselen uit de antieke bronnen met christelijke ogen bekeken worden. In feite komen de christelijke termen voor 'opstanding' en 'opstaan' niet of nauwelijks voor in niet-christelijke en niet-Joodse antieke bronnen die spreken over herleving van personen of goden. Wel hielden sommige mensen in de oudheid er ideeën op na die overeenkomsten vertonen met het Joods en christelijk geloof in de opstanding. In tweede-eeuwse discussies van christenen (zoals Justinus de martelaar[x] en Tertullianus[xi]) met anderen (zoals Celsus[xii]) vinden beide partijen dat de dood en opstanding van Christus in bepaalde opzichten lijkt op andere verhalen.

Met name de opstanding van Christus zoals het Het Nieuwe Testament[xiii] daarover schrijft is vaak object van vergelijkend onderzoek. Bekende methodische fouten hierbij zijn:

  • Het niet onderkennen van het feit dat de westerse blik op religie sterk wordt bepaald door begrippen uit het christendom (zoals 'geloof', 'leer', en ook 'opstanding'). Anderzijds mag het onderkennen van dit feit geen excuus zijn om de opstanding van Christus per definitie uniek te verklaren (drogreden van speciaal pleiten oftewel special pleading).

  • Paralellemanie[xiv]. Kleine (vermeende) overeenkomsten tussen fenomenen worden opgeblazen en uitgebouwd zonder feitelijke basis. Anderzijds moeten mogelijk legitieme overeenkomsten ook niet al te snel en klakkeloos worden afgewezen als ongeldig (paralellofobie).

  • Verwarren van overeenkomst (analogie) en herkomst (genealogie). Als er overeenkomsten zijn tussen historische fenomenen wil dat nog niet zeggen dat er een direct verband tussen bestaat. Het is immers mogelijk dat dezelfde of soortgelijke fenomenen onafhankelijk van elkaar ontstaan.

 

Intermezzo 2:

Gedicht van Toon Hermans[xv] (1916-2000) - heel zuiver – vragen en opmerkingen die bij ieder mens naar boven kunnen komen.


Jezus


Ik heb zijn beeltenis maar vaag in mijn gedachten

en ik weet haast niets van hoe hij sprak en hoe hij keek

ik zou willen weten hoe hij liep en hoe hij lachte

ik zou willen weten hoe hij door zijn haren streek


ik zou willen weten of Hij appels at of noten

en hoe hij hoestte als hij bij de oever stond

hoe hij zijn baard geknipt heeft en zijn neus gesnoten

iets van zijn oogopslag, zijn tanden en zijn mond


en hoe hij sliep en hij heeft ontbeten

en of hij koffie dronk of thee bij het ontbijt

en of hij wel 's met de deuren heeft gesmeten

en of hij hield van knoflook of van zoetigheid


maar ik ruik wierook, plechtig klinkt in alle talen

wat hij gezegd heeft, en ik verdwaal in mijn gebed

want ik zoek de kleuren van zijn kleed en zijn sandalen


ik zoek gewoon de Man van Nazareth.

 

 

In de oudheid waren er diverse verhalen over goden of mensen die terugkwamen uit de onderwereld. Zo werd Alkestis[xvi] na haar dood door Herakles[xvii] teruggehaald uit de Hades (Griekse onderwereld) . Adonis[xviii] verbleef een deel van het jaar in de onderwereld en een deel van het jaar op aarde. Volgens een Mesopotamische mythe (begin tweede millennium voor Christus) daalde de godin Inanna[xix] af in de onderwereld om de macht over te nemen, maar werd veranderd in een lijk en aan een haak opgehangen. Helpers van de god Enki[xx] wekken haar weer tot leven, maar om het dodenrijk te verlaten moet ze een plaatsvervanger vinden. Die vindt ze in de persoon van haar echtgenoot Dumuzi[xxi]. In de Egyptische mythe over de god Osiris[xxii] (die ook bekend was in de Grieks-Romeinse wereld) is in sommige versies sprake van een soort opstanding. Nadat Osiris is gedood en in stukken is gehakt, herstelt Isis[xxiii] zijn lichaam en laat zich door hem bezwangeren. Vervolgens wordt Osiris koning van het dodenrijk. Herodotus[xxiv] noemt Zalmoxis[xxv] , die doodgewaand was maar terugkeerde, en twijfelt of hij nu mens of een Thracische god was. Celsus, de tweede-eeuwse criticus van het christendom, vergelijkt Jezus met Zalmoxis, aan wiens 'opstanding' hij evenmin geloof hecht.

Wanneer het lot van Jezus na zijn dood niet wordt bekeken vanuit het begrip 'opstanding', maar vanuit het begrip 'verhoging' of 'tenhemelopneming', vallen er parallellen te trekken met de tenhemelopneming en vergoddelijking van bijvoorbeeld Herakles, Romulus[xxvi], Empedocles[xxvii], Apollonius van Tyana[xxviii] , Alexander de Grote[xxix] en Augustus[xxx]. Sommige antieke auteurs drijven de spot met de neiging aan belangrijke personen een hemelvaart toe te schrijven.

 

 

Opstanding in het jodendom

Hebreeuwse Bijbel:

In de Hebreeuwse Bijbel[xxxi] oftewel de Tenach wordt niet veel aandacht besteed aan een opstanding en een laatste oordeel. De oudste concepten spreken over de aartsvaders die "met hun voorvaders werden verenigd" (Genesis 25:8). Het graf is het dodenrijk Sheol[xxxii] ( een zeer informatieve site) en het is zaak om op aarde goed te leven, want in het graf is alleen maar duisternis.

De oudste vermelding van het concept van een opstanding is die in Hosea: "op de derde dag doet [de HEER] ons opstaan" (Hosea 6:1-3).

De meeste vermeldingen die in het christendom soms worden geïnterpreteerd als voorlopers van het christelijke concept van de opstanding zijn metaforisch bedoeld of worden hineininterpretiert – GJS: helaas een vaker voorkomende valkuil):

  • Jesaja 25:8 spreekt over het tenietdoen van de dood, maar niet van een opstanding.

  • Jesaja 26:19 betreft de Israëlieten als volk, niet individuele mensen.

  • De dodendans[xxxiii] in Ezechiël 37 waarbij de skeletten weer vlees ontwikkelen en tot leven komen, is metaforisch en betreft ook het volk van de Israëlieten.

De opstanding die in Daniël 12:2 wordt beschreven, heeft betrekking op de strijd van de Makkabeeën[xxxiv] , maar komt van alle passages het dichtst bij het christelijke concept van de opstanding.

Gestorvenen die weer tot leven kwamen:

  1. De zoon van Elia’s gastvrouw stierf. De vrouw meende dat Elia dat bewerkt had. Elia bracht het kind naar zijn kamer en bad God het kind weer tot leven te wekken, wat gebeurde ( 1 Koningen 17:17-24).

  2. De zoon van de Sunamitische gastvrouw van Elisa overleed aan een zonnesteek. De moeder haalde Elisa op, deze bad met het lichaam en vervolgens kon hij de jongen weer levend aan de moeder geven (2 Koningen 4:8).

  3. Toen er tijdens een begrafenis Moabitische[xxxv] plunderaars aankwamen, werd het stoffelijk overschot haastig in een graf geworpen waar de overleden Elisa al in lag. De gestorvene herleefde (2 Koningen 13:20,21).


Apocriefen:

De Hebreeuwse tekst van De Wijsheid van Jezus Sirach[xxxvi] (ontstaan rond 200 v.Chr.) geeft goddelozen het vooruitzicht op "vuur en wormen" (Sirach 7:17). De Griekse vertaling (ontstaan rond 132 v. Chr.) geeft de rechtvaardigen uitzicht op een hiernamaals.

Rond 168 v.Chr. vond de opstand van de Makkabeeën plaats. 2 Makkabeeën 7:42 vertelt van een moeder die zeven zonen ter dood ziet brengen. Zij houdt ze voor dat de opstanding der doden de beloning voor het martelaarschap zal zijn.

In de Wijsheid van Salomo[xxxvii] (ontstaan rond het begin van de jaartelling) wordt niet zozeer gesproken over een opstanding als wel over onsterfelijkheid van rechtvaardigen (Wijsheid 1:15). Onrechtvaardigen daarentegen ontkennen gedachtes aan een opstanding, zoals in uitspraken als "nooit is iemand teruggekomen uit Hades" en "ons sterven kan niet worden uitgesteld ... en niemand keert ervan terug" (Wijsheid 2:1,5). Hun conclusie dat er daarom "niets beter is dan te genieten van de goede dingen die er zijn", van "dure wijn en parfum", klinkt door in de afwijzing ervan door Paulus, juist in verband met de opstanding (1 Korintiërs 15:32).

Het is echter zeer waarschijnlijk dat de termen "dood", "onsterfelijkheid" en "sterven" metaforisch moeten worden opgevat en er geen geloof in een (fysieke) opstanding uit blijkt.

Opstanding in het christendom

Evangeliën:

Volgens het Evangelie volgens Lukas  zei Jezus: "Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaak, en de God van Jakob! God is niet een God der doden, maar der levenden" (Lucas 20:24-47). Dit werd en wordt vaak zo geïnterpreteerd dat de aartsvaders leven of zullen herleven.


Rembrandt: opstanding van Lazarus


Er worden verschillende personen genoemd die door Jezus werden opgewekt:

  1. Jezus kwam in de stad Naïn[xxxviii] , waar hij getuige was van een begrafenis. De overledene was een jongeman, de zoon van een weduwe. Op Jezus' bevel kwam de jongeman levend van de lijkbaar af (Lucas 7:11-15).

  2. Jezus werd geroepen door een leider van de synagoge, Jaïrus[xxxix], wiens twaalfjarige dochtertje op sterven lag. Ze stierf voordat Jezus bij haar kwam, maar stond op zijn bevel weer op (Marcus 5:22-43 en Lucas 8:41-56). GJS: zie bij noot xxxix de teksten van drie Evangeliën.

  3. Lazarus was de broer van Maria en Martha en een goede vriend van Jezus. De zusters riepen Jezus te hulp omdat Lazarus[xl] ziek was, maar Jezus maakte geen haast. Toen Jezus in Bethanië kwam was Lazarus al vier dagen dood en reeds begraven. Op bevel van Jezus kwam hij levend uit het graf (Johannes 11).

  4. Op het moment van Jezus' sterven stonden veel gestorven heiligen uit hun graven op en verschenen in Jeruzalem (Mattheüs 27:52-53).

19e-eeuws altaar schilderij in de Kapel van de opwekking van de jongeling van Naïn


Opstanding van Jezus van Nazareth:

De dood en herrijzenis van Christus is een fundamenteel onderdeel van het christelijk geloof. (GJS: voor mij persoonlijk is herrijzenis een mooier en een preciezer  woord dan opstanding. We kennen allen ook het woord opstand, dat een hele andere betekenis heeft. De verwarring kan groter worden bij het woord opstandeling. Dat is iemand die in opstand komt. Daarom kun je het woord opstandeling alleen begrijpen in zijn contekst…) Er zijn verschillende getuigenissen over Jezus' opstanding.

  • In de brieven van Paulus worden nauwelijks details gegeven. Jezus zou zijn opgestaan 'op de derde dag' na zijn dood met een hemels, geestelijk lichaam, net zoals de verwachte opstanding van de gelovigen aan het einde der tijden (1 Korintiërs 15).

De latere vier evangeliën bieden verhalen, die in twee hoofddelen zijn in te delen:

  • Het graf bleek leeg, volgens de vier genoemde evangeliën.

  • Jezus verscheen aan zijn discipelen (eenmaal aan 500 tegelijk), waarvan Paulus rond het jaar 56 nog velen in leven weet (1 Korintiërs 15:5-8), verder de evangeliën naar Mattheüs, Lucas en Johannes.

  • In het evangelie naar Marcus wordt alleen gezegd dat Jezus in Galilea aan de leerlingen zou verschijnen. GJS: Het evangelie van Marcus eindigt met de kruisiging van Jezus. In mijn volgende blog kom ik daar uitvoeriger op terug.

Volgens het Nieuwe Testament was met de opstanding van Christus iets fundamenteels veranderd. Christus sterft niet meer en wie zich met hem verbindt heeft eeuwig leven. Voor de apostel Paulus en vele christenen na hem was de opstanding van Christus de kern van zijn geloof (Romeinen 4:23-25, 10:9) en het antwoord op de zinloosheid van het menselijk bestaan (1 Korintiërs 15:12-58).

GJS: zie het absurdistische boek “De mens in opstand” van Albert Camus[xli]

 

Reeds in de tijd van het Nieuwe Testament was het ook een breekpunt met de elite van de Hellenistische[xlii] samenleving. Filosofen "dreven de spot" met het idee van een opstanding (Handelingen 17:32) en Porcius Festus[xliii] (procurator van Judea van 60 tot 62 na Chr.) dacht dat Paulus waanzinnig was geworden toen hij sprak over de opstanding (Handelingen 26:24).


Personen in de vroege kerk die werden opgewekt

  • Petrus wekte een christelijke vrouw, Dorkas[xliv] (Tabita), weer tot leven (Handelingen 9:36).

  • Eutychus viel tijdens de preek in slaap en viel van drie hoog naar beneden. Paulus ging op het lichaam liggen, sloeg zijn armen om hem heen en zei geen misbaar te maken, want de jongen leefde (Handelingen 20:9).


Opstandingen volgens het chiliasme:

Volgens sommige christelijke, chiliastische groeperingen, zijn er verschillende opstandingen.

  • De eerste opstanding: De opstanding van de overleden christenen sinds Pasen bij de 'eerste wederkomst' van Christus 'in de lucht'. Dit is wanneer de “opname van de gemeente”[xlv] (GJS: in deze verwijzing komt ook de naam van Edward Irving voor) plaatsvindt en alle christenen, de dan levenden en de herrezen, geoordeeld worden.

  • De tweede opstanding: Bij de stichting van het duizendjarig vredesrijk[xlvi]   worden de overleden christenen die tijdens de heerschappij van de antichrist[xlvii] gewelddadig zijn gestorven (als martelaar) opgewekt waarna zij hun beloning ontvangen.

  • De derde opstanding: De algemene opstanding van de rest van alle gestorvenen sinds de eerste mens Adam. Dit vindt plaats op de Dag des oordeels.

De witte ruiter uit de Bamberger Apocalyps, vervaardigd rond het jaar 1000


Hoewel de aanduiding antichrist alleen in de brieven van Johannes wordt gebruikt, is vanaf het vroege christendom verband gelegd met andere aanduidingen van tegenstanders van God en Jezus. Voorbeelden hiervan zijn de "verwoestende gruwel”  (Marcus 13:14), de "wetteloze mens" (2.Tessalonicenzen 2:3-9), de witte ruiter, de eerste van de vier ruiters van de Apocalyps (Openbaring 6:2), "het beest"[xlviii] (Openbaring 11:7; 13:1,11; 19:19), de "draak" (Openbaring 16:13) en de "grote hoer"[xlix] op het beest (Openbaring 17:1). Dit soort interpretaties wordt nog altijd gehanteerd in populariserende exegeses.


Opstanding van dieren:

Sommige christelijke theologen geloven dat dieren ook een opstanding zullen krijgen. Voorbeelden hiervan zijn Ireneüs[l], Tertullianus en Franciscus van Assisi[li], waarvan de laatste de stelling dat het evangelie ‘aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is’ (Kolossenzen 1:23) als een letterlijke opdracht zag en dus tot de dieren in het veld preekte. Ook Maarten Luther geloofde in een opstanding van dieren en baseerde zich op teksten als "U, HEER, bent de redder van mens en dier" (Psalm 36:7) en de passage in Romeinen 8:19-23. In sommige stromingen binnen de Oosters- orthodoxe kerken[lii] wordt gedacht dat Basilius van Caesarea[liii] de opstanding van de dieren bevestigde, omdat zij onderdeel van de schepping zijn, die ook wordt verlost door de verlossing van de mens. Hij zou specifieke gebeden voor dieren hebben geschreven, maar dit is omstreden.

 


Icoon van de Moeder Gods van Vladimir, een van de meest vereerde iconen in Rusland (fragment)

 

Opstanding volgens de islam:

Een van de zuilen van geloof van de islam[liv] is het geloven in de Dag des Oordeels. Als onderdeel daarvan moet ook worden geloofd in de opstanding van de doden uit de graven en de terhandstelling van een ieders Boek, waarin de daden van hem of haar staan genoteerd.

Na de dood bevindt de ziel zich in principe eerst in de barzakh[lv]. Dit is een soort slaaptoestand en is de periode tussen iemands dood en zijn wederopstanding op de Dag des oordeels. Volgens de islam zal op die Dag God de rol op Zich nemen van rechter (Qadi), ieders daden wegen en beslissen of het akhirah[lvi]  van eenieder in het paradijs (djenna) of in het hellevuur (djahannam) zal zijn.

Binnen de islam wordt meestal aangenomen dat het gaat om een Laatste Oordeel dat in de aanwezigheid van God wordt uitgesproken. Dit houdt in dat de mens dus niet voor God verschijnt of Hem zal zien.

Bij de eerste keer blazen op de bazuin door Israfiel op de Laatste Dag zullen alle levende schepselen op de aarde sterven en met de wereld tezamen en al het omringende worden verbrijzeld en verdwijnen. Bij de tweede keer dat Israfiel blaast, zullen alle schepselen weer tot leven worden gewekt door God en verzameld op een uitgestrekte vlakte voor het Godsgericht. Eenieder wordt tegenover zijn profeten geplaatst en wordt ondervraagd. Mohammed is daarbij de enige die het recht heeft voorspraak te doen bij God. De daden zijn tijdens het leven opgeschreven in een boek en deze daden worden bij de wederopstanding gewogen in de weegschaal.

De goeden krijgen hierna het boek met opgetekende daden tijdens hun leven in hun rechterhand, terwijl de anderen dit in hun linkerhand krijgen. De islamitische opvatting voorziet niet in een vagevuur of een voorgeborchte[lvii] voor degenen die door overmacht niet in de hemel terechtkunnen. Wel wordt soms het verblijf in de hel als een tijdelijke, louterende straf gezien.

 

Intermezzo 3:

 

Een prachtig gedicht van Annechien Dik (1932 – 2026) voorgedragen op Paaszondag 5 april 2026 in de Dominicus kerk te Amsterdam:

 

In mij is een weten

 

In mij is een weten

ouder dan de aarde

dieper dan de zee

ruimer dan het heelal

en passend in de palm

van mijn hand.

 

Het leven gaat door

onverstoorbaar

zoekt een weg

versmaadt geen vorm

Daarom Lief,

open je hart en zie

ik ben de vogel

die zingend de dageraad wekt.

Ik ben de vlinder

Die jou steeds weer zoekt.

Ik spreek tot je

in de wuivende grassen

en in de regen

die stroomt en ruist.

 

Altijd zal ik er zijn

Ik sta op

in ieder teder gebaar

in elke aandachtige blik.

 

Het leven is rijk

en vol geheimen.

open je voor de adem

die alles bezielt.

 

Wees de fluit

in de hand van de Geliefde

 

 

 

Tot slot:

De volgende blogpost is geheel gewijd aan het Evangelie van Marcus.

Want daar is iets bijzonders aan de hand. Dit Evangelie eindigt namelijk abrupt met de kruisiging van Jezus van Nazareth.

 














 

[xlix] Kingcomments – de grote hoer

 
 
 

1 opmerking

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
Ronald
12 uur geleden
Beoordeeld met 5 uit 5 sterren.

Dank Gerrit een met het in aanvang geschrevene over je eigen kijk op het verleden ben ik het volledig eens. Daar komt bij dat ik nog gewaarschuwd was dat veranderingen veel tijd zouden kosten. Maar als je uitgaat van groei en je ervaart duidelijk belemmeringen kom je in strijd met jezelf. Die strijd heb ik toen “beeindig” met mij vertrek. Hoor en zie nu ook wel “ cosmetische” aanpassingen maar geen grote wendingen. Bedankt voor je blog reden tot nadenken. Groet Ron en Bep van Ravenswaaij

Like
Post: Blog2_Post

©2020 door Gerrit Sepers

bottom of page