Hoe heeft ’t ooit zover kunnen komen _ Hoofdstuk 16 _ District Arnhem (7) blijft het epicentrum.

Bijgewerkt: mrt 27

Update Maandag 15 maart 2021


Als inleiding uitspraken van twee schrijvers die mij tot nadenken stemmen. De eerste is Frantz Fanon[i]. Hij heeft in zijn boek “Zwarte huid, blanke maskers” op scherpzinnige wijze duidelijk gemaakt hoe wij gevangen kunnen zitten in denkpatronen die we maar moeilijk en vaak niet los kunnen laten. In zijn boeken schrijft hij over de gevolgen van dekolonisatie en racisme. Onder staande quote heeft ook zijn betekenis naar sterk fundamentalistisch denkende personen of gemeenschappen.


“Soms hangen mensen een fundamentele overtuiging aan die zeer sterk is. Wanneer hun bewijzen worden getoond die deze overtuiging weerleggen, kunnen ze dat nieuwe bewijs niet accepteren. Dat zou hun een uitermate ongemakkelijk gevoel bezorgen, de cognitieve dissonantie. En omdat het zo belangrijk is de fundamentele overtuiging te beschermen, zullen ze alles wat niet met die fundamentele overtuiging overeenstemt, rationaliseren, negeren en zelfs ontkennen”.


En de tweede is Theodor Fontane[ii]. Hij was een van de grote schrijvers uit de negentiende eeuw. Zijn laatste roman “Der Stechlin” is een meesterwerk. Dat geldt ook voor een ander boek van zijn hand: “Effi Briest”. Dat deze schrijver en zijn werk niet meer gekend wordt is een eigenlijk een grote vergissing. Het klinkt cru maar m.i. oh zo waar.

In het eerste boek wordt een gesprek verhaald tussen een gravin en een dominee. De gravin zegt:


“Ik respecteer al het gegevene. Daarnaast natuurlijk ook al het wordende, want juist dat wordende zal vroeg of laat wederom iets gegevens zijn. Al het oude, voor zover het aanspraak daarop kan maken, moeten we liefhebben, maar voor het nieuwe moeten we echt leven. En vooral moeten we de grote samenhang van de dingen nooit vergeten. Je afsluiten betekent je inmetselen, en je inmetselen is de dood.”


Oftewel als je meent van adel te zijn, die hecht aan traditie en status quo, getuigt deze visie, dat je je nooit mag afsluiten voor veranderingen, van grote moed en wijsheid. Want veranderingen horen wezenlijk bij het leven. En de dominee reageert als volgt op haar vraag hoe hij denkt over de bestaande samenleving:


“Veel in onze maatschappij is niet meer dan middelmatig en dat men deze middelmaat als iets bijzonders en superieurs opvat en daarom als iets wat, zo mogelijk, eeuwig moet worden geconserveerd, dat is het kwalijke. Wat ooit gold, moet blijven gelden, wat ooit goed was, moet iets goeds of zelfs het beste blijven. Maar dat is onmogelijk…”


Inmiddels zijn wij in het 16e hoofdstuk van mijn blog over het district Arnhem aangekomen in 1985. Bij het lezen van deze bovenstaande passages moet ik onwillekeurig terugdenken aan opvattingen en gedachtegangen van diverse personen uit die tijd.


De beroemde schrijver Marcel Proust[iii] formuleert een ontdekkingsreis zo elegant als op bijgaande foto in Zaltbommel op een muur staat geschreven:



“De echte ontdekkingsreis bestaat niet uit het zoeken naar nieuwe landschappen, maar in het hebben van nieuwe ogen”


Ik durf te stellen dat ik in die tijd die nieuwe ogen nog niet in die mate bezit als nu. Pas veel later leer ik de echte diepe waarde van deze uitspraak doorgronden. En nog steeds gun ik me zelf deze nieuwe ogen, want die ontwikkeling is nog steeds niet voltooid.

Voor een aantal zaken zoals eerder beschreven, krijg ik wel meer steeds oog. Maar aandacht voor nieuwe horizonten liggen veel meer nog in het realistische vlak. En midden in die tachtiger jaren ben ik ook nog veel te veel gefocust op ontdekkingsreizen voor anderen. Namelijk anderen met nieuwe ogen te laten zien. In aanvang ben ik in die fase te veel van mij zelf uitgegaan en heb ik te weinig gekeken door de ogen van een ander.


Mijn primaire aandacht blijft uitgaan naar het district Arnhem. In de tweede helft van de tachtiger jaren treden grote veranderingen op binnen de kerk internationaal en ook in ons kleine landje. Ik geef hierbij een opsomming van allerlei gebeurtenissen en ontwikkelingen.


Begin 1985 zeg ik definitief mijn medisch beroep vaarwel. Wat ik toen in de verste verte niet kon weten is het dat het heel anders zou lopen. Met een hele dramatische wending. Altijd is er wel een diep sluimerend verlangen naar dit vak gebleven. Maar in deze fase word ik namelijk zo in beslag genomen door vele activiteiten binnen de kerk dat mij geen andere keuze overblijft. Ik treed in volledige dienst van de kerk. Enerzijds

ervaar ik weemoed maar anderzijds is er ook opluchting omdat ik me in de praktijk altijd in tweeën moet delen. In dienst van de kerk heeft ook nog een ander aspect. Namelijk mijn inkomsten zijn afkomstig uit de offers van broeders en zusters. Voor mij persoonlijk geeft dat toch een bepaalde morele druk en ook een vorm van afhankelijkheid. Heel nuchter gezien zet je er prestaties ten bate van de leden en kerk er tegenover. Maar toch. Gaandeweg is dat gevoel toch wel wat verminderd, maar is nooit helemaal verdwenen. Mijn ouders kijken daar toch wel met enige zorg naar. Zij halen daarbij het voorbeeld aan van mijn oom, Opziener Dolf Versteegh, die in de periode van Herman Schumacher geweigerd heeft om in dienst van de kerk te treden. Zijn argument is daarbij geweest: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”. Uiteindelijk is zijn weigering hem fataal geworden. In die periode heb ik dat gevaar nog niet zo ervaren. Mede door de positieve wendingen op internationaal niveau. Eigenlijk is dat voor mij pas veel later actueel geworden in een periode dat de ingeslagen weg van Urwyler toch veel reacties teweeg heeft gebracht. Vooral in de tweede helft van de negentiger jaren. Zijn opvolger, Richard Fehr, was daar niet tegen opgewassen.


Zoals gezegd voert de Stamapostel Hans Urwyler deze nieuwe fase belangrijke koerswijzingen door. De conservatieve garde onder de Districtsapostelen heeft grote moeite met zijn stijl van leidinggeven en met zijn aanpak van heilige huisjes. Zoals de nadruk op uiterlijkheden. Een bekend voorbeeld is het “gebod” voor dienende broeders: “Gij zult geen baarden en snorren dragen”. Dat is natuurlijk een inbreuk op de persoonlijke vrijheid. Of de ontmoediging een televisie aan te schaffen en openlijk in de huiskamer te plaatsen. Deze ongeschreven wetten zijn wisselend in verschillende districten en landen doorgevoerd. Urwyler stelde heel eenvoudig: “In het ene land word je zalig met televisie en in het andere land word je verketterd”. Hij heeft op ieders persoonlijke verantwoordelijkheid gewezen. Hier moet de kerk zich verre van houden. En dit alles heeft natuurlijk geen enkele theologische waarde maar riekt eerder naar machtsmisbruik. Naar een bevestiging van hiërarchisch denken. Het ademt een en al burgerlijk conservatisme uit. Dat geldt ook voor de zwart – wit kleding. Over dit onderwerp zal ik later nog uitgebreid bespreken.


Hans Urwyler heeft een oproep gedaan tot “eigen – verantwoordelijkheid” van ieder lid der gemeente voor wat betreft zijn of haar eigen geloofsleven. Maar ook meer begrip voor homoseksuelen, voor degenen die in concubinaat leven oftewel samenwonen, voor degenen gaan scheiden. Voor hen allen is toen de toegang het Heilig Avondmaal definitief opengesteld. Vele gemeenteleden hebben deze nieuwe koers met groot enthousiasme begroet.

Chinese Roos Hibiscus


Zijn belangrijkste beleidsvoorstel en mijns inziens de meest wezenlijke voor de internationale kerk is op een jammerlijke mislukking uitgelopen.

De tijd is er dan nog niet rijp voor. Bij mijn weten hebben zijn opvolgers zich tot op heden niet meer aan deze heikele materie gewaagd.

Wat is het geval. Hans Urwyler is van mening dat het bestuur van de internationale en de lokale kerk veel meer geprofessionaliseerd moet worden. In een Aposteldistrict dienen de D. Apostel en de Apostelen en Opzieners zich in de eerste plaats als geestelijke te ontwikkelen en moeten zij zich niet zo intensief bezighouden met allerlei materiële zaken. Of in zijn woorden: “zij moeten zich niet bemoeien met de kleur van het toiletpapier”. Het dagelijks bestuur dient overgenomen te worden door bestuurskundigen en financieel economisch geschoolde deskundigen.


Urwyler geeft daarin zelf het voorbeeld. Hij stelt een Priester uit Zürich aan het hoofd van het internationale bureau van de NAK, een topman uit de financiële wereld. En gaat zich meer met zijn echte taak als geestelijke bezighouden. En hij kondigt aan dat de Districtsapostelen of de nieuw aangestelde deskundigen voortaan zich voor materiële zaken bij deze Priester kunnen vervoegen. Deze maatregel is door de Districtsapostelen niet met gejuich ontvangen. Integendeel zelfs. Zij hebben deze beleidswijzing als een inperking van hun macht gezien. Hierin hebben zij hun grote roerganger niet nagevolgd…


En dan de tragiek. Nadat Hans Urwyler getroffen werd door een ernstige aandoening en derhalve vervroegd moest terugtreden, heeft zijn opvolger Richard Fehr bij zijn aantreden op dag twee deze Priester op een “nette” manier ontslagen. Uit betrouwbare bron weet ik dat zulks voor zijn aantreden als nieuwe Stamapostel in Londen door de Districtsapostelen al is bedongen. Voor zover ik weet is in geen enkel land deze ingrijpende bestuurswijziging toen ooit doorgevoerd.


Hans Urwyler is een visionair geweest. Naar mijn mening tot op heden ook de enige Stamapostel binnen de NAK Internationaal. Hij heeft de moed gehad bestuurlijk moeilijke problemen aan te pakken..


Er zijn ook andere wapenfeiten te melden. Urwyler heeft er ook naar gestreefd om een aantal gebieden met eenzelfde of overeenkomstige taal zo veel mogelijk met elkaar te verbinden. Zo komt bijvoorbeeld de Franstalige provincie Quebec onder de verzorging van Frankrijk. En de Nederlandse Antillen en Suriname bij ons Aposteldistrict. Maar er wordt helaas geen rekening gehouden met de soms grote culturele verschillen. Of met een eerdere koloniale verhoudingen. Noch met lokale bestaande talen als papiaments, sranan tongo of saramacaans. Deze politiek wordt ook doorgevoerd in diverse Afrikaanse landen. De onderliggende gedachte – die niet openlijk wordt gecommuniceerd - is ook om de grote expansiedrift van het district Canada en de Verenigde Staten enigszins te beteugelen. Deze expansiedrift van het Noord Amerikaanse continent is al veel eerder ingezet en wel onder Stap. Walter Schmidt. Deze laatste was überhaupt niet geporteerd van missie arbeid onder een zwarte bevolking in andere continenten. Maar daar hebben Mike Kraus en de zijnen zich weinig wat van aan getrokken.

En eerlijkheidshalve dient ook gezegd dat ten tijde van Urwyler Europese districten een inhaalslag willen maken en in de rij hebben gestaan om zich bepaalde gebieden op andere continenten toe te eigenen… Vooral de zeer kapitaalkrachtige districten staan voor in de rij. Ook als er geen overeenkomstig taalgebied is, zoals vooral Portugal en NRW[iv] in Duitsland of Malta en Nederland geldt. Daar spelen dan weer andere belangen en overwegingen een rol. Zoals economische en kerkelijk interne zaken.


Cabo da Roca in Portugal


Terug naar het district Arnhem: ik heb deze bijna gelijktijdige ontwikkelingen ingezet door Hans Urwyler altijd gezien als een geweldige ondersteuning van ons project “Allen in Beweging”.

Ook op lokaal en op districtsniveau kun je streven naar scheiding der machten en verdeling van taken, zodat mensen met taken zich meer betrokken kunnen voelen en kunnen participeren in diverse aandachtsgebieden.

Dit project is een poging geweest om de saamhorigheid te bevorderen. Maar met welk doel? In die tijd ben ik me al bewust dat het Koninkrijk Gods niet alleen in de toekomst is gelegen. Maar ook dichtbij in tijd is. Maar wat vaak vergeten of ontkend is: Dicht bij ons als mens, dichtbij in onze naaste. Zonder hiërarchie. Hiërarchie schaadt de verhouding met mijn naaste.


De Bijbeltekst uit Lukas 10: 1-9 (uit de Naardense Bijbel) sluit hier prachtig bij aan:


Na dit alles wijst de Heer tweeënzeventig anderen aan en zendt hen per twee voor zijn aanschijn uit naar elke stad en plek waar hij zou gaan komen.


Maar hij heeft tot hen gezegd: de oogst is overvloedig maar de werkers zijn met weinig; bidt daarom de heer van de oogst dat hij werkers uitwerpt naar zijn oogst;


gaat heen! - zie, ik zend u uit als lammeren te midden van wolven;

torst geen geldzak mee, geen ransel, geen schoenen; groet niemand langs de weg;

maar waar ge ook maar een huis binnenkomt,- zegt eerst: vrede voor dit huis!-


en als daar een ‘zoon van vrede’ is, dan zal uw vrede op hem rusten; maar zo niet, dan zal zij naar u terugbuigen;


maar verblijft in dat huis en eet en drinkt wat er bij hen is, want wie werkt is zijn loon wel waard; loopt niet van huis naar huis;


elke stad waar ge binnenkomt en ze u verwelkomen,- eet de dingen die u worden voorgezet; geneest de zieken in haar


en zegt tot hen: het koningschap van God is u genaderd


Het koninkrijk Gods vertalen als dicht bij je naaste zijn? Of je afsluiten van je naaste? Binnen het district Arnhem leeft in die tijd de overtuiging dat mijn broeder en zuster mijn naaste is. En iemand die niet tot de NAK behoort per definitie niet mijn naaste is. In oude tijden heeft dat probleem ook al gespeeld. Het is niet voor niets dat Jezus Messias over deze controverse klare wijn heeft geschonken. De betekenis van de parabel van de Barmhartige Samaritaan[v] spreekt toch boekdelen?! Vrijwilligerswerk doen buiten de kerk is dan in deze contreien een zeldzaam verschijnsel.

De gevolgen van afzondering van onze samenleving zijn duidelijk veroorzaakt door machtsuitoefening en onderdrukking van persoonlijke belangen of wensen. Gehoorzaamheid aan het collectief staat op nummer één. Dat is overigens niet een patent van het Arnhemse district alleen. “De wereld” wordt dan heel erg als vijand gezien. Afkeer van de samenleving waar je toch toe behoort. Zoals ook een ander fenomeen: “Apostolischen gaan niet stemmen”. Naar mijn inschatting is er nergens in Apostolisch Nederland zoveel ophef geweest over dit onderwerp als in het district Arnhem. (N.B. Anno 2021 heeft de NAK in Amersfoort letterlijk haar poorten opengezet als stembureau t.b.v. de Tweede Kamer verkiezingen. Twintig jaar geleden nog ondenkbaar!). Want Deze zelfverheffing heeft uiteindelijk tot niets geleid. Zij heeft alleen voor veel ellende en verdriet gezorgd. We zijn als mensen met elkaar op deze wereld gekomen om met onze naasten waardig samen te leven. Dat is een universeel mensenrecht. Mijn naaste is niet alleen mijn broeder of zuster uit de NAK. Maar in principe elk mens die ik tegenkom. Wij leven in een vrij en democratisch land. Hiervoor mogen wij zeer dankbaar zijn. Het is een goede zaak als wij als verantwoordelijke burger deze democratische instituties bewaren. En dus gebruik maken van ons stemrecht. Een kostbaar goed.


Een "Steegje van barmhartigheid" in een voorstadje van Lissabon


Nog even een aanvulling over ‘nieuwe ogen’:

Ogen van anderen openen is iets anders dan het bestrijden van andermans inzichten, om de cognitieve dissonantie te ontmaskeren. Je kunt dat alleen maar bereiken als je er “bevrijding” tegenover stelt. En ruimte schept voor de ander. Je behoedt je zelf voor een oordeel. Want ooit zijn ook jou of mij de ogen geopend. Geduld en Liefde zijn daarbij de leidende handvatten. Het zou een vorm van zelfverheffing zijn.

Maar durf wel een halt toe te roepen aan rovers en machthebbers die een mens of een groep van mensen wil gijzelen voor hun eigen doeleinden.

In die periode is dat extra lastig omdat vele leidinggevenden zelf de catastrofe van de z.g. Boodschap niet kunnen loslaten en daar niet over willen of kunnen praten.

De tijd van Boodschap is niet doorgepraat, bediscussieerd, verwerkt en afgesloten. Dat geeft de andere partij, de vroegere machthebbers, nog genoeg speelruimte om hun invloedsferen te handhaven.

Het religieuze fanatisme, zij die geloven dat zij als enigen de waarheid in pacht hebben en dat alle anderen, zonder zinnige argumenten, in het ongelijk worden gesteld, HET per definitie mis hebben, is dan nog niet volledig opengebroken. En als ik een voorschot op de toekomst neem, is dat eindpunt mijns inziens heden ten dage nog steeds onvoldoende bereikt.

Dat alles maakt het extra lastig om met ‘nieuwe ogen‘ te kijken. Het blijft een halfslachtig gebeuren. Dat alles heeft de invloed van mijn activiteiten ook sterk afgeremd.

Met de werkgroep “Allen in Beweging” is er ondanks bepaalde beperkingen voldoende ruimte om een andere wind te laten waaien. En daar zijn ook tastbare resultaten bereikt. Zoals toenemende gemeenschapszin, grotere betrokkenheid bij kerkelijke activiteiten zoals zang en muziek. De oprichting van een orkest ter ondersteuning van de liturgie. Andere talen leren. De bezielende inzet op jonge mensen van de districtsjeugdleider Hans Vrugtman moet zeker genoemd worden. Dialoog met jonge mensen na een jeugddienst. Aandacht voor verstandelijk gehandicapten in tehuizen. En nog vele initiatieven.

De verrijking van individuele gesprekken met jonge mensen, families en dienaren hebben ertoe bijgedragen dat er toch een andere wind in het district gaat waaien.


En niet te vergeten de invloed van de grote dienst voor dienaren uit Noord West Europa met Stap. Hans Urwyler in Hamburg in het congrescentrum CCH op Zondag 30-01-1987. Met vele bussen naar Hamburg. Overnachting in hartje van Hamburg. Voor velen een onvergetelijke gebeurtenis. Mijn conclusie van deze dienst is dan een bevestiging van de ingezette koerswijziging door Hans Urwyler die we ook kunnen terugzien op de werkvloer van de gemeente. Velen kunnen zich in dat spoor vinden. En dat is een bemoedigende ontwikkeling.



Maar zijn ook grote tegenslagen.

Op zaterdag 11 april 1987 overlijdt Hans Vrugtman plotsklaps aan een hartstilstand. Een zeer groot verlies voor zijn vrouw en drie dochters. Er heerst grote verslagenheid in het hele district en daarbuiten. De familie gaat een hele moeilijke periode tegemoet. Ondanks deze grote klap zie je ook de grote kracht van de gemeenschap openbaar komen. Velen hebben zich om hen bekommerd.


Nadat ik in 1984 ben ingezet als Opziener heb ik hem gaandeweg steeds meer als mijn toekomstige opvolger gezien. Dat is dus heel anders gelopen. Maar dat terzijde. Het overweldigende verlies voor zijn gezin heeft tot op de dag van vandaag zijn sporen nagelaten...


Ook trekken er in een bepaalde gemeente donderwolken over met heftig onweer. Bliksem en slagregens. Sluimerende tegenstellingen zijn daar meer en meer zichtbaar geworden. Broeders en zusters verzetten zich tegen onderdrukking, pesterijen en machtsmisbruik van bepaalde dienaren. Hoe met macht om te gaan? Hoe biedt je ruimte aan eenieder om te kunnen ademen, om je zelf te mogen zijn, niet in een keurslijf te worden geperst. Kortom een onhoudbare situatie die om ingrijpen vraagt. Zoals dat vóór mijn komst ook op districtsniveau al veel eerder had moeten gebeuren. Zie vorige weblogs. Ik heb daartoe de volle verantwoordelijkheid genomen om een aantal broeders in hun ambt terug te willen zetten. Mijn leidinggevende is hier mee akkoord gegaan.


Deze maatregel, hoe pijnlijk ook, heeft voor het oog van de gemeente plaatsgevonden. Inhoudelijk sta ik nog steeds achter deze maatregel. Qua uitvoering zou ik nu een andere weg hebben gevolgd. Achteraf ben ik niet zo blij met mijzelf geweest. Uiteraard heeft deze move veel nazorg gevergd. Een van de betrokkenen heeft mij ook later bekend dat het de enige en juiste beslissing voor hem is geweest. En vergis u niet, het betreffen broeders die ook andere kwaliteiten hebben die in het district nu node gemist worden.


In een latere periode komt er ook enige onrust in onze Nederlandse kerkprovincie omdat Gottfried Rockenfelder uit Wiesbaden zich met een groep heeft afgescheiden van de NAK Internationaal. Enkele tientallen broeders en zusters uit Nederland hebben zich bij hem gevoegd onder wie de vroegere Oudste R.J. Bijl. De laatste heeft de “Apostolische Gemeente in Nederland” opgericht als twijg van de “Apostolischen Germeinde Wiesbaden e.V” [vi]. Deze beweging is toch vrij snel een zachte dood gestorven. Hier wordt het bewijs geleverd dat deze vroegere Oudste zijn toenmalige grote invloed is kwijtgeraakt. Wat een tragiek.


Eind 1986 is DAp. Hermann Schumacher uit Bremen in de rust getreden. De gezondheidstoestand van Dap. Günther Knobloch uit Hamburg laat te wensen over. In 1987 krijgt onze DAp. Gijsbert Pos ook de verantwoordelijkheid over de districten Bremen en Hamburg. Familie Pos gaat een voor een gedeelte van de tijd ook in Bremen wonen. En pendelt voor een aantal jaren tussen Amersfoort en Bremen op en neer.

Aan het einde van de zomer van het jaar 1987 treedt er een volgende ramp op. Zoals boven beschreven moet Hans Urwyler vervroegd terugtreden wegens ernstige gezondheidsproblemen.


Gezien de grote verschuivingen op bestuurlijk niveau in de top van de kerk, worden ook voor de Nederlandse kerkprovincie voorzieningen getroffen. Op Zondag 15 november 1987 zet de Stamapostel Helper Richard Fehr in een grote hal te Zwolle de Oudste Hans Kamstra als Opziener en ondergetekende als Apostel voor Nederland in. In deze gedenkwaardige dienst wijst Richard Fehr de aanwezigen op het bestaan van de vele Apostolische afsplitsingen in Nederland en roept op tot eenheid. Uiteraard onder de vlag van de NAK.

Onze levens – en die van onze gezinnen - veranderen dan totaal.



[i] https://en.wikipedia.org/wiki/Frantz_Fanon [ii] https://en.wikipedia.org/wiki/Theodor_Fontane [iii] Marcel Proust was een groot schrijver. Zijn belangrijkste boek “Op zoek naar de verloren tijd” mag als zijn opus magnum worden beschouwd. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Proust [iv] Noord Rijn Westfalen [v] Een destijds door de Joden een geminacht volk: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gelijkenis_van_de_barmhartige_Samaritaan [vi] https://www.apostolische-geschichte.de/wiki/index.php?title=Apostolische_Gemeinde_Wiesbaden

466 keer bekeken2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven